Alternatieven voor toetsen

Toetsen maken is één van de manieren om te controleren of leerlingen het geleerde onder de knie hebben. Hieronder vind je enkele alternatieven.

 

Observaties

Als leerkracht kun je leerlingen beoordelen door observaties te doen. Met name wanneer je de beoordeling richt op vaardigheden is dit een goede manier, zolang het voor de leerling inzichtelijk is waarop beoordeeld wordt.

 

Maak-opdracht

Maken, bouwen, creëren… het zijn allemaal manieren waarop leerlingen kunnen aantonen dat ze iets geleerd hebben. Dit is niet alleen leuk, het zorgt er ook voor dat het leren meer verankerd wordt.

 

Schrijfopdracht

Een goede stap om aan te tonen dat je iets geleerd hebt, is het produceren van iets nieuws, zoals een verslag, essay of verhaal. In plaats van dingen te herhalen maak je zo iets nieuws van de geleerde stof.

 

Reflectie

Leerlingen laten reflecteren op hun werk is altijd goed, al is het maar zodat leerlingen weten wat ze de volgende keer anders willen doen. Daarnaast zorgt het ook voor het herhalen van lesstof én helpt het leerlingen bij het ontdekken van gaten.

 

Portfolio

Een andere goede mogelijkheid om te laten zien dat leerlingen geleerd hebben is het maken van een portfolio. Door bewijzen te tonen koppelen ze de leerstof aan activiteiten die ze gedaan hebben, en kunnen zo goed laten zien dat ze zich de stof eigen hebben gemaakt. Het opvolgen en beoordelen van zo'n porfolio door de leerkracht kan wel tijdrovend en arbeidsintensief zijn.

 

Blog / website

Uiteindelijk moeten leerlingen iets leren om het te gebruiken, en een goede manier om het te gebruiken is het online te delen via een gratis website bijvoorbeeld.

 

Vlog

Met alle digitale mogelijkheden van tegenwoordig is het voor leerlingen enorm eenvoudig om het geleerde vast te leggen in een video! Een vlog maken is zelfs met alleen een smartphone goed te doen.

 

Podcast

Naast het gebruiken van beelden voor een vlog kunnen leerlingen ook een podcast maken. Een digitaal radio-programma maken over wat ze geleerd hebben kan leerlingen helpen om te laten zien wat ze wel en niet snappen.

 

bron: www.vernieuwenderwijs.nl

Betrouwbare toetsvragen opstellen

Drie fundamentele testvereisten

Validiteit | Een toets is valide wanneer men ermee meet wat men beoogt te meten (competentiegericht, leerplandoelstellingen).

Betrouwbaarheid | De mate waarin een toets consistent meet, dit betekent dezelfde toetsscores oplevert bij herhaalde afname door verschillende leerkrachten of leerlinggroepen.

Efficiëntie | Een toets op een efficiënte manier inzetten betekent dat je in zo kort mogelijke tijd, zoveel mogelijk informatie over de taalvaardigheid van je leerlingen verzamelt en dat de toets praktisch in gebruik is.

 

Open vragen zijn het meest valide en zijn efficiënt in ontwikkeling.

Gesloten vragen (bijvoorbeeld meerkeuzevragen) zijn het meest betrouwbaar en minder efficiënt in ontwikkeling.

 

Quality management

- Uiterlijk: lay-out, kwaliteit van tekeningen / foto's en geluidsfragmenten

- Bewaring van het materiaal

- Fysieke omstandigheden: achtergrondlawaai, grootte van het lokaal

- Interactie met de surveillant: wat mag de surveillant doen / zeggen?

- Afnameprocedure: hoe vaak mag een luisterfragment beluisterd worden?

 

Stadia in testconstructie

1  Bepaal de doelstelling van de toets.

2  Beschrijf de doelgroep.

3  Bepaal wat er precies getest moet worden.

4  Baken de beschikbare middelen af.

afnametijd, correctietijd, digitalisering

5  Kies de testmethode.

Zorg voor een goede balans tussen open en gesloten vragen.

6  Stel de toets op en voorzie deze van een correctiesleutel.

7  Laat de toets nalezen door collega's.

8  Analyseer de resultaten van de toets.

voor gesloten vragen: slechte items schrappen

voor open vragen: instructies duidelijker maken of zelfs compleet veranderen

9  Pas de correctiesleutel aan indien nodig.

10  Bespreek de toetsresultaten met collega's en voer eventueel nog verdere aanpassingen door.

 

Tips

:: Bij een combinatieoefening altijd meer mogelijkheden (afleiders) geven, anders wordt het gewoon een puzzel.

:: Bij een invuloefening meer woorden in het kader voorzien.

:: Juist/fout-vragen: laat motiveren waarom een antwoord fout is.

:: Oefening "vreemde eend in de bijt": laten motiveren.

:: Kruiswoordraadsels zijn niet geschikt voor dyslectici.

:: Voorzie een giscorrectie: sanctioneren wanneer leerlingen het foute antwoord aanduiden.

:: Je mag leerlingen niet confronteren met foute woordbeelden.

 

Voorbeelden van "good practice"

:: Examenopdrachten worden door twee leerkrachten beoordeeld.

:: In plaats van elke leerkracht apart toetsen te laten ontwikkelen bij een syllabus, worden de taken verdeeld binnen de vakgroep. Elke leerkracht maakt een toets die door iedereen wordt nagelezen.

 

bron: "Juist of fout? A, B, C of D? Betrouwbare toetsvragen opstellen" | nascholing georganiseerd door Centrum Nascholing Onderwijs Antwerpen en gegeven door Sabine Steemans

CEFR (Europees Referentiekader)

Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen

Beschrijvingsschema voor zelfbeoordeling

Download
Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen
CEFR.pdf
Adobe Acrobat document 27.5 KB

Check je toetstaal

Vermijd algemene schooltaalwoorden

Dat zijn woorden zoals indeling, kenmerken, factoren, ... . Vermoed je dat niet alle leerlingen die kennen? Kies eerder voor een alledaagse formulering.

 

Voorbeeld

DON'T

Geef de indeling van de klimaatgebieden en de spreiding van elk klimaat.

 

DO

a. Welke klimaten zijn er op aarde te vinden?

b. Welk klimaat vinden we in elk gebied?

 

Geef ook niet-talige leerlingen de kans

Geef ze de kans om te bewijzen dat ze het antwoord op de vraag kennen. Dat kan door verschillende vraagvormen aan te bieden.

 

Voorbeeld
DON'T

Geef de definitie van:

a. lintbebouwing

b. verkaveling

 

DO

a. Duid op volgende satellietfoto een lintbebouwing en een verkaveling aan.

b. Waar of niet waar? Leg uit waarom.

- Lintbebouwing vind je terug in de stadskern.

- Een verkaveling is een gebied verdeeld in stukken.

c. Zet het juiste woord bij volgende foto's: verkaveling, lintbebouwing.

 

Gebruik het juiste vraagwoord

Als je een definitie wil, gebruik dan 'wat is'. Anders creëer je verwarring over wat je van de leerlingen verwacht.

 

Voorbeeld

DON'T

Wanneer spreekt men van symbiose en wanneer van mutualisme?

 

DO

a. Wat is symbiose?

b. Wat is het verschil met mutualisme?

 

Vermijd onduidelijke uitdrukkingen

Denk aan: bespreek - omschrijf - beschrijf - verklaar - vergelijk - schets - illustreer - licht toe. Dan zijn verschillende antwoorden mogelijk. Splits brede vragen in deelvragen op zodat duidelijk is welke denkhandeling de leerlingen moeten maken.

 

Voorbeeld

DON'T

Wat weet je over de Europese Commissie? Wees volledig in je antwoord.

 

DO

a. Omschrijf met eigen woorden in drie regels wat de Europese Commissie is.

b. Wie maakt deel uit van de Europese Commissie?

c. Geef vijf voorbeelden van opdrachten van de Europese Commissie.

 

Maak de zinsbouw niet nodeloos complex

Beperk je tot één vraag per zin.

 

Voorbeeld

DON'T

Wat zijn de belangrijkste voor- en nadelen van de geziene technieken om het weer te voorspellen?

 

DO

a. Met welke drie technieken kunnen we het weer voorspellen?

b. Wat zijn de voor- en nadelen van elke techniek?

bron: klasse.be

Doelen en vaardigheden voor ontwikkeling

Download
DOCUMENT DOWNLOADEN
Doelen en vaardigheden voor ontwikkeling
Adobe Acrobat document 1.4 MB

Evalueren zonder examens

Zweert je vakgroep bij examens om te testen of de leerlingen de leerstof vatten? Sommige vakken (talen!) lenen zich perfect voor alternatieve evaluaties. Ontdek zeven manieren om te evalueren zonder examens.

bron: klasse.be

Feed up, feedback en feed forward

Hoe weet ik waar mijn leerlingen staan?

Hoe weet ik waar mijn leerlingen staan in hun leerproces?

Korte, snel in te zetten technieken aan het begin, midden en/of einde van de les kan je terugvinden in onderstaand document.

Met dank aan Liesbeth Pennewaard en Gerdineke van Silfhout (SLO).

bron: downloads.slo.nl

Download
Hoe weet ik waar zij staan?
FE Hoe weet ik waar zij staan.pdf
Adobe Acrobat document 1.3 MB

Leerplangericht evalueren

Je moet kunnen bewijzen hoe je de doelstellingen uit je leerplan behaalt.

Welke vorm van evaluatie je toepast (examens of niet), maakt niet uit. Je moet er enkel voor zorgen dat je leerplangericht evalueert.

Evaluatieafspraken binnen de vakgroep moeten op papier staan en kaderen binnen een visietekst. Hierin moet een leerlijn herkenbaar zijn.

Leerlingen moet je op toetsen zo veel mogelijk geschreven feedback geven.

Je kan bij vreemde talen (in de tweede graad) de vragen ook stellen in het Nederlands. De antwoorden van de leerlingen moeten dan echter ook in het Nederlands zijn.

Oefeningen op een test of een examen moeten in een context staan.

Een dialoog op papier (als invuloefening voor nieuw verworven woordenschat) mag niet, tenzij je de dialoog in de vorm van een chatgesprek (WhatsApp) giet.

Hanteer je permanente evaluatie en organiseer je geen examens meer voor je leerlingen, dan pas je best het principe 40/60 toe: de oefenmomenten (testen, taken en herhalingsbeurten) tellen mee voor 40% (= meten), de (geïntegreerde) taaltaken ('examens') wegen door voor 60% (= beoordelen).

Opentoetsvragen

Hoe maak je een goede toets met open vragen?

 

Formuleer eerst het normantwoord

Bepaal eerst welk antwoord je van je leerlingen wil lezen. Formuleer op basis daarvan de vraag. Zo voorkom je dat je vraagstelling te breed is of ongericht.

 

Koppel punten aan het normantwoord

Bepaal bij het normantwoord meteen hoeveel punten het oplevert als een leerling de vraag volledig goed of gedeeltelijk goed heeft. Geef ook aan hoeveel punten het antwoord oplevert, als deze gedeeltelijk goed is. Wees hierin zo specifiek mogelijk.

 

Gebruik het goede werkwoord

‘Geef een ander woord voor…’, bevraagt een ander cognitief niveau dan: ‘Verklaar waarom…’. De vraag ‘Som op…’ bevraagt het kennisniveau, terwijl de vraag ‘Gebruik de volgende formule om…’ toetst op toepassingsniveau.

 

Maak de vraag eenduidig

Een vraag kan je al snel op meerdere manieren uitleggen.

Waarom bepaalt het KNMI elk uur de temperatuur op een groot aantal meetpunten?

Dit lijkt een prima vraag, maar u kunt op verschillende zinsdelen de nadruk leggen:

Waarom bepaalt het KNMI en niet een ander instituut?

Waarom elk uur?

Waarom de temperatuur?

Waarom een groot aantal meetpunten?

Het is soms moeilijk om te bepalen of een vraag die je zelf hebt geformuleerd eenduidig is. Je kan daarom met collega’s afspreken dat er meegekeken wordt met elkaars toetsen.

 

Geef eerst informatie, stel daarna de vraag

Als je de vraag opsplitst in informatie en een vraag, voorkom je interpretaties die je niet voor ogen had.

Het KNMI bepaalt elk uur de temperatuur. Waarom bepaalt het KNMI de temperatuur op meerdere meetpunten?

 

Mijd waarom-vragen

Eigenlijk kan je ‘waarom-vragen’ ook beter mijden. Ze sturen namelijk niet zo goed. Op een vraag als: ‘Waarom kwam Hitler aan de macht’, zijn er veel antwoordmogelijkheden:

Door het verlies van WO I

Door de vrede van Versailles

Door de machtigingswet van 1934

Door democratische verkiezingen

Door de Rijksdagbrand

Door de aanwakkerende vreemdelinghaat, opkomst nationaal-socialisme

 

Perk de lengte van het antwoord in

Geef aan hoe lang het antwoord mag zijn. Als je om een samenvatting vraagt, geef dan aan hoeveel woorden deze samenvatting mag bevatten. Of geef een kader aan waarbinnen een leerling naar een antwoord moet zoeken.

 

Wees concreet in je vraagstelling

Voorkom voorzichtige formuleringen. ‘Probeer een verklaring te geven waarom…’ is omslachtig geformuleerd. Flauw gezegd zou elke leerling die een poging waagt het volle aantal punten voor deze vraag moeten krijgen. Hij heeft het immers geprobeerd…. En een vraag als: ‘Denk je dat…?’ kun je met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden.

 

Voorkom onnodig ingewikkelde vraagstellingen

Cultuurgebonden verwijzingen, (te) lange zinnen en teksten, figuurlijk taalgebruik en het gebruik van verwijswoorden leveren bij minder taalvaardige leerlingen problemen op.

 

bron: http://persoonlijk.noordhoff.nl/blog/tips-open-toetsvragen/

Remediëringsteksten schrijven

Hieronder vind je enkele voorbeelden van concreet geformuleerde remediëringsteksten. Enkele daarvan zijn bedoeld voor leerkrachten die werken met het elektronisch leerplatform Smartschool.

 

Denk eraan: deze teksten dienen enkel als inspiratiebron. Het lijkt me niet interessant om de teksten te kopiëren; elke goede remediëringstekst wordt immers geschreven op maat van de individuele leerling.

 

::

Woordenschat kan je niet vastleggen in je geheugen door enkel de voorbeeldzinnen te lezen. Neem een pen ter hand, dek de in te vullen woorden af en noteer deze, met de voorbeeldzin voor je, op een apart blaadje. Wees nadien streng voor jezelf: duid in het rood de woorden aan die je fout geschreven hebt. Zet een kruisje bij deze woorden in je boek. Studeer deze woorden opnieuw grondig in en blijf de stap van het schriftelijk inoefenen herhalen tot je alle woorden uit de woordenschatlijst foutloos hebt kunnen invullen in de voorbeeldzinnen.

 

::

Spreekvaardigheid kan je ook thuis oefenen. Zet je voor een spiegel en zeg je les op. Vraag je gezinsleden (vader, moeder, kat of hond) om te luisteren naar je presentatie. Beeld je een bepaald publiek in waarvoor je een korte uiteenzetting geeft over je lesinhoud.

 

::

[Grammaticaonderdeel] heb je nog niet onder de knie.
Maak de oefeningen die je terugvindt op Smartschool onder het vak [naam vak] > Documenten (> …)
Maak de oefeningen die je terugvindt op Smartschool onder het vak [naam vak] > Weblinks (> …)
Je mag je oplossingen doorsturen via Smartschool of persoonlijk aan mij overhandigen. Ik verbeter jouw opdrachten en geef je daarbij de nodige feedback.

 

::

[Grammaticaonderdeel] heb je nog niet onder de knie.
Bekijk nog eens aandachtig het instructiefilmpje bij het vak Duits in het mapje “Weblinks” (> …). Indien er dan nog onduidelijkheden zijn, kom je mij om uitleg vragen.

 

::

[Grammaticaonderdeel] heb je nog niet onder de knie.
We spreken best enkele momenten af dat we de leerstof nog eens grondig kunnen bestuderen, samen oefeningen kunnen maken en waar nodig bijsturen.

 

::

De uitspraak van het Duits wil nog niet goed lukken. Bekijk aandachtig de instructiefilmpjes op Smartschool (Duits > Weblinks > Uitspraak) en spreek de presentator luidop na.

 

::

De uitspraak van het Duits wil nog niet goed lukken. We spreken best een moment af waarbij we samen aan jouw uitspraak werken, zonder de medeleerlingen.

 

::

Je laatste schrijfoefening was niet denderend. Je maakte nogal wat grammaticale fouten. Bestudeer daarom nog eens aandachtig volgende onderwerpen op Smartschool:
Duits > Weblinks > Grammatica > De naamvallen

 

::

Voor herhalingstoetsen scoor je duidelijk minder. Deel je leerstof op in stukjes, zodat je niet alles in één keer moet studeren. Wacht ook niet met de avond voor de toets alvorens te studeren. Wanneer je de leerstof in stukjes verdeelt, begin je ook best enkele dagen op voorhand je herhalingstoets voor te bereiden. Stellen we eens samen een planning op?

 

::

Wanneer je nieuwe grammatica instudeert, maak je best enkele oefeningen uit het werkboek opnieuw. Ga te werk zoals bij het verwerven van nieuwe woordenschat: noteer je antwoorden op een apart blaadje en vergelijk deze met de (model)antwoorden in je werkboek of op Smartschool (Documenten > Correctiemodellen). Geraak je er niet uit? Vraag mij dan om raad, via een bericht op Smartschool of tijdens de les.

 

::

Je luisteroefening was niet goed door een gebrekkige woordenschatkennis. Probeer de attitude te verwerven dat je de (nieuwe) woordenschat die in de luisteroefening verwerkt zit, op voorhand instudeert. Je krijgt van mij steeds op voorhand deze woordenschat aangereikt.

 

::

Je leesvaardigheidstest was niet goed. Begreep je wel de belangrijkste woorden uit de tekst? Durf bronnen te raadplegen tijdens het lezen (woordenboek, tablet, smartphone) om een beter inzicht te krijgen in de (nieuwe) woordenschat en/of de tekst. Maak in de les, tijdens het lezen, woordenschatlijstjes aan. Zij kunnen ook in de toekomst een handig naslagwerkje worden!

 

::

Tijdens formatieve toetsen scoor je beduidend minder. Kijk iedere avond in je agenda welke lessen er de volgende dag op het programma staan. Zorg ervoor dat je inhoudelijk weet wat er de vorige les verteld werd. Doe dit iedere dag: zo kweek je een routine aan die na verloop van tijd een vanzelfsprekendheid wordt. Het zal je dan ook geen moeite meer kosten om goed voorbereid de les binnen te stappen. Niets zo vervelend als in een les zitten en niet weten wat ik vorige keer verteld heb!

 

::

Tijdens formatieve toetsen scoor je beduidend minder. Een taal studeren betekent dat je regelmatig de leerstof moet lezen en verwerken. Wacht niet met studeren tot ik een toets aankondig. Kweek een attitude aan waarbij je jezelf oplegt om iedere dag je lessen van de dag nadien te studeren, ook al heb je geen (herhalings)toets.

 

::

Je herhalingstoets was een flop: je hebt erg veel vragen niet beantwoord! Is jouw cursus wel in orde? Afwezigheden kan je thuis perfect bijwerken: de oplossingen van de oefeningen die we in de klas maken vind je altijd terug onder Documenten > Bordschema’s of Documenten > Correctiemodellen. Toch een oefening gemist? Zeg het me, dan spreken we samen een moment af om de oefening bij te schrijven, voorzien van de nodige uitleg!

Single-point rubric

Download
The single-point rubric
Met dank aan Bram Bruggeman voor het brondocument en Nadine Smeyers voor de aanpassingen.
The single-point rubric.docx
Microsoft Word document 14.3 KB

Taaltaken opstellen

Bouwstenen van de taaltaak

1. Informatief gedeelte met de naam van de taaltaak, het niveau van het ERK of het leerplan, de taal en de ingeoefende leerplandoelen

2. Situatieschets / inleiding

3. Taakomschrijving

4. Proces / lesverloop

5. Bronnen

6. Evaluatierooster

7. Reflectie op de taak

8. Leerkrachteninformatie

Een volledige handleiding "taaltaken maken" kan je via onderstaande link downloaden.

Download
Handleiding "taaltaken maken"
Handleiding taaltaken maken.doc
Microsoft Word document 278.0 KB

Klik op de knop hieronder en vind nog veel meer informatie alsook een heuse takenbank.

Toetsbeleid

Toetscyclus

1  Ontwerpen

Wat wil je gaan toetsen?

 

2  Construeren

Vragen opstellen en juiste antwoorden bepalen.

 

3  Afnemen

 

4  Nakijken

 

5  Analyseren

Kwaliteit van de vragen bepalen (te makkelijke of te moeilijke vragen?), cesuur vaststellen.

 

6  Rapporteren

Het cijfer bepalen en invoeren (in Skore bijvoorbeeld).

 

7  Evalueren

Toetsen (kwalitatief) verbeteren voor de volgende keer.

 

bron: Jaspers, M., & Schade, M. (2002). Toets & beleid : toetsbeleid en geautomatiseerde toetsing. Fontys Hogescholen

met dank aan Peter Lakeman

Types of mistakes

Uit je fouten kan je leren

:: Reflectie

Fouten leren ons wat goed ging en wat niet zo goed ging. Ze laten ons toe te reflecteren als positieve leerervaring.

 

:: Perspectief

Fouten leren ons de dingen te zien vanuit een ander perspectief.

 

:: Zelfredzaamheid

Fouten leren ons hoe we onszelf kunnen redden in bepaalde situaties. Ze helpen ons beter voorbereid te zijn in bepaalde situaties.

 

:: Doorzettingsvermogen

Fouten leren ons hoe belangrijk het is om door te zetten. Ze leren ons om nooit op te geven.

 

:: Planning

Fouten leren ons heel wat over organisatie en planning. Ze doen ons nadenken over de manier waarop we onszelf kunnen verbeteren voor de volgende keer.

 

:: Obstakels

Fouten leren ons hoe we obstakels kunnen overwinnen. Ze helpen ons situaties te analyseren en evalueren vanuit verschillende perspectieven.

 

:: Verantwoordelijkheid

Fouten leren ons dat we verantwoordelijk zijn voor ons eigen handelen.

 

:: Teamwerk

Fouten doen ons het belang inzien van teamwerk en wederzijdse ondersteuning.

Zelfevaluatieformulier

Onderstaand formulier kunnen je leerlingen gebruiken als zelfevaluatie na het maken van een (herhalings)toets. Je kan er als leerkracht ook je mening in kwijt om je leerlingen de juiste richting aan te geven.

Download het document en pas het aan aan de normen en het beleid van jouw school.

Download
Zelfevaluatieformulier
zelfreflectie toets versie 2.docx
Microsoft Word document 16.9 KB