Accommodating students with dyslexia

Binnenklasdifferentiatie

Op basis waarvan kan je differentiëren?

:: voorkennis

:: cognitieve vaardigheden

:: achtergrond

:: interesses

:: leervoorkeuren

:: affectieve vaardigheden

:: metacognitieve vaardigheden

 

Welke elementen kan je bespelen?

:: instructie

:: tempo

:: evaluatie

:: bijkomende ondersteuning door peers of collega's

:: feedback

:: eindproduct

:: leermaterialen en media

:: leerdoelen

:: werkvormen

 

Groeperen van leerlingen in homogene en heterogene groepen: voor- en nadelen

Homogeen Heterogeen

Voordelen

• Het leertempo wordt bepaald door een kleinere groep, de snelste leerlingen worden veel minder belemmerd.

• Het is gemakkelijker om in te spelen op de interesses en motivatie van leerlingen.

• Er is meer participatie van de zwakste leerlingen.

• Homogene groepen gaan sneller van start met het oplossen van een probleem.

Voordelen

• Zwakkere leerlingen hebben baat bij de begeleiding en het voorbeeld van de betere leerlingen, ze trekken zich op aan het cognitieve niveau van de sterkere in de groep.

• Sterke leerlingen kunnen een dieper inzicht verwerven in de leerinhouden wanneer ze die expliciteren aan zwakkere leerlingen.

• Verwachtingen van leerkrachten ten opzichte van zwakkere leerlingen blijven hoger liggen door participatie in de heterogene groep.

• Leerlingen ontwikkelen meer mogelijkheden om in diversiteit samen te werken.

Nadelen

• Lagere verwachtingen van leerkrachten ten aanzien van zwakkere groepen, wat resulteert in minder leerkansen.

• Zwakkere leerlingen kunnen moeilijk opklimmen naar een sterkere groep, zeker niet wanneer het groepswerk op zich de verschillen tussen de groepen vergroot.

Nadelen

• Zwakkere leerlingen ontwikkelen minder snel leidinggevende eigenschappen in deze groepsvorm.

• In heterogene groepen is het moeilijker om alle leerlingen een taak te geven die aansluit bij hun zone van naaste ontwikkeling.

Differentiatiemogelijkheden bij summatieve evaluatie

Gedifferentieerd naar niveau

• Wanneer gewerkt wordt met basis- en verdiepingsdoelen, kan dat ook in een toets of een examen. Belangrijk is om de verhouding basis/verdieping op voorhand te bepalen, bijvoorbeeld 70% basisvragen en 30% verdiepingsvragen. Ook leerlingen die enkel gewerkt hebben aan het behalen van de basisdoelen, kunnen op die manier vlot slagen.

• Bied vragen aan die oplopen in moeilijkheidsgraad, maar bepaal vooraf waar de grens ligt om te slagen.

• Leerlingen kunnen de keuze krijgen uit drie toetsen met verschillende moeilijkheidsgraad (versie A, B of C). Versie A is de eenvoudige versie; als ze hiervoor kiezen, kunnen ze maximaal 6/10 verdienen. Versie B is de gemiddelde versie, ze kunnen maximaal 8/10 verdienen. Versie C is de moeilijkste versie en daarbij kunnen ze 10/10 verdienen.

 

Gedifferentieerd naar vorm

• In plaats van te werken met een examen gebruik maken van een presentatie, werkstuk of portfolio als evaluatievorm.

• Mondelinge toelichting voorzien bij een schriftelijke versie of mondeling toetsen / examineren.

• Keuzemogelijkheden aanbieden in vorm of inhoud: leerlingen kiezen zelf hun evaluatievorm.

 

Zelf- en peerevaluatie

Binnenklasdifferentiatie gaat vaak gepaard met zelfstandig werk, zowel individueel als in groep. Het is dan ook niet onlogisch om met het oog op evaluatie de leerlingen zelf de kans te geven zichzelf en hun peers te evalueren. Hierbij wordt dan niet alleen het eindproduct geëvalueerd, maar ook het groeps- en individueel proces op weg naar dat eindproduct. Zelfevaluatie peilt naar de betrokkenheid van de leerling bij zijn eigen leren. Bij peerevaluatie evalueren de leerlingen elkaar op basis van hun ervaringen in een samenwerkingsproces.

 

Permanente evaluatie

Er wordt geen examen meer georganiseerd, maar scores voor de vakken worden verzameld in de loop van het jaar of trimester. De essentie is dat een leerling steeds vergeleken wordt met zijn vorige prestatie en minder met een bepaald criterium of andere leerlingen.

bron: Impuls nr. 3 | januari-maart 2016 | p. 108, 111, 113

Checklist digitaal leermateriaal

Didactische keuze

• Het moet helder zijn op welke manier je als leerkracht het digitale leermateriaal gaat inzetten in de klas. Je dient daarbij het aanbod met digitale leermaterialen af te stemmen op de individuele verschillen van de leerlingen.

• Welke leeractiviteiten worden er van de leerlingen verwacht (individueel leren, in duo's, groepswerk, peer evaluation, ...)?

• Kan het digitale materiaal ingezet worden als aanvulling op een les, als volledige les of een lessenserie?

 

Wat wordt van jou als leerkracht verwacht?

• Leerlingen moeten gerichte hulp krijgen bij het oriënteren, plannen, monitoren en evalueren zodat ze grip krijgen op hun eigen leerproces en zo eigenaar worden van hun eigen leerproces. Leerlingen moeten ook hulp krijgen om zelf verbanden te leggen.

• Is er een volgsysteem aan het leermateriaal gekoppeld waarmee je als leerkracht het leren van de individuele leerlingen kunt volgen?

• Wordt er rekening gehouden met differentiatie?

 

Waar moet digitaal leermateriaal aan voldoen?

• Online makkelijk bereikbaar.

• Geschikt voor de elektronische leeromgeving (ELO).

• Actueel en up-to-date.

• Platformonafhankelijk.

• Efficiënt en eenvoudig in gebruik.

• Goed geordend met een herkenbare structuur, zodat de leerling vlug ziet waar hij/zij alles gemakkelijk kan terugvinden.

• Sluit aan bij de eindtermen, leerlijnen en de daaraan gekoppelde leerdoelen.

• Reikt oefen- en verwerkingsmogelijkheden aan (verrijkingsstof; verdieping/verbreding).

• Bevat variatie in het aanbod van bijvoorbeeld visuele en auditieve informatie.

• Afwisselend in didactische werkvorm (de intrinsieke motivatie kan zo aangewakkerd worden).

• Bevat helder, begrijpelijk taalgebruik (met heldere, concrete voorbeelden voor de leerlingen).

• Sluit aan bij het niveau, de voorkennis en de interesses van de leerlingen en sluit aan bij de verschillende leerstijlen.

• Bevat de componenten voorbereiden, plannen, monitoren en evalueren.

• Samenhang tussen de stukken leerstof en zichtbare, adaptieve verbanden.

• Maakt flexibele leerroutes mogelijk door aanpassing aan het niveau van de leerling.

• Biedt mogelijkheden voor inhoudelijke feedback (wat gaat er (nog niet) goed).

• Geschikt voor samenwerkend leren.

 

bron: Checklist digitaal leermateriaal, Sint-Janscollege, C. Sangers-Keuren, Leerlab 'Arrangeren van digitale content', januari 2017

Checklist kwaliteitsvolle binnenklasdifferentiatie

Download
CHECKLIST KWALITEITSVOLLE BINNENKLASDIFFERENTIATIE
onderzoeksrapport_checklist_kwaliteitsvo
Adobe Acrobat document 968.0 KB

Differentiatie-as

Downloaden in pdf-formaat? Dat kan!

Download
DIFFERENTIATIE-AS
Differentiatie-as.pdf
Adobe Acrobat document 313.7 KB

Ideetje

Laat de leerlingen de differentiatievorm kiezen. Ze kunnen online instructievideo's bekijken, extra oefeningen maken of naar de leerkracht luisteren die alles uitlegt aan een klein groepje.

Opdrachten kunnen verdeeld worden in drie moeilijkheidsgraden. Makkelijke oefeningen krijgen één bloem, de basisopdrachten krijgen twee bloemen en de moeilijke oefeningen krijgen er drie. Het doet er niet toe hoeveel oefeningen de leerlingen maken; ze moeten op het einde van de rit tien bloemen verdiend hebben.

Dat betekent dat de leerling tien makkelijke oefeningen kan maken, of drie moeilijke en één makkelijke. De leerlingen kunnen dan zelf beslissen welke oefeningen ze maken. De leerkracht kan ook vragen dat ze minstens één moeilijke opdracht kiezen.

Instructiebehoeften