Taalbeleid


"Taalbeleid gaat over een school die zichzelf op het vlak van taal in vraag stelt en ernaar streeft om beter te doen. Als het streven stilvalt, is het taalbeleid dood."

(Van den Branden, 2010, p. 13)

Actief lezen

V  Dit wist ik al.

 

X  Dit klopt niet met wat ik al wist / dacht.

 

*  Dit is belangrijk.

 

?  Hier heb ik een vraag bij.

 

??  Dit snap ik niet.

 

!  Dit valt me op.

 

N  Dit is nieuw voor me.

Chatafspraken

Met dank aan Basisschool Omer Wattez Schorisse voor de afbeelding.

Check je toetstaal

Vermijd algemene schooltaalwoorden

Dat zijn woorden zoals indeling, kenmerken, factoren, ... . Vermoed je dat niet alle leerlingen die kennen? Kies eerder voor een alledaagse formulering.

 

Voorbeeld

DON'T

Geef de indeling van de klimaatgebieden en de spreiding van elk klimaat.

 

DO

a. Welke klimaten zijn er op aarde te vinden?

b. Welk klimaat vinden we in elk gebied?

 

Geef ook niet-talige leerlingen de kans

Geef ze de kans om te bewijzen dat ze het antwoord op de vraag kennen. Dat kan door verschillende vraagvormen aan te bieden.

 

Voorbeeld
DON'T

Geef de definitie van:

a. lintbebouwing

b. verkaveling

 

DO

a. Duid op volgende satellietfoto een lintbebouwing en een verkaveling aan.

b. Waar of niet waar? Leg uit waarom.

- Lintbebouwing vind je terug in de stadskern.

- Een verkaveling is een gebied verdeeld in stukken.

c. Zet het juiste woord bij volgende foto's: verkaveling, lintbebouwing.

 

Gebruik het juiste vraagwoord

Als je een definitie wil, gebruik dan 'wat is'. Anders creëer je verwarring over wat je van de leerlingen verwacht.

 

Voorbeeld

DON'T

Wanneer spreekt men van symbiose en wanneer van mutualisme?

 

DO

a. Wat is symbiose?

b. Wat is het verschil met mutualisme?

 

Vermijd onduidelijke uitdrukkingen

Denk aan: bespreek - omschrijf - beschrijf - verklaar - vergelijk - schets - illustreer - licht toe. Dan zijn verschillende antwoorden mogelijk. Splits brede vragen in deelvragen op zodat duidelijk is welke denkhandeling de leerlingen moeten maken.

 

Voorbeeld

DON'T

Wat weet je over de Europese Commissie? Wees volledig in je antwoord.

 

DO

a. Omschrijf met eigen woorden in drie regels wat de Europese Commissie is.

b. Wie maakt deel uit van de Europese Commissie?

c. Geef vijf voorbeelden van opdrachten van de Europese Commissie.

 

Maak de zinsbouw niet nodeloos complex

Beperk je tot één vraag per zin.

 

Voorbeeld

DON'T

Wat zijn de belangrijkste voor- en nadelen van de geziene technieken om het weer te voorspellen?

 

DO

a. Met welke drie technieken kunnen we het weer voorspellen?

b. Wat zijn de voor- en nadelen van elke techniek?

bron: klasse.be

Checklist: Hoe goed scoort mijn toets/examen?

Download
CHECKLIST DOWNLOADEN
Checklist - Hoe goed scoort mijn toets -
Adobe Acrobat document 82.1 KB

Checklist voor taalgericht lesmateriaal

DIDACTIEK

:: Zorg dat het inhoudelijke niveau van het tekstmateriaal beantwoordt aan de eindtermen.

:: Vermeld in het lesmateriaal de lesdoelstellingen expliciet.

:: Activeer de voorkennis van de leerlingen.

:: Bouw voort op de voorkennis van de leerlingen via een contextrijk aanbod.

:: Neem tekeningen, foto's, schema's, grafieken, ... op om het tekstmateriaal te verduidelijken.

:: Geef voldoende sprekende voorbeelden in je tekst.

:: Laat de vakinhouden verkennen via interactieve taken en werkvormen.

:: Bied de leerstof aan van concreet naar abstract.

:: Zorg ervoor dat het tekstmateriaal voldoende informatie biedt; maak het niet te compact.

:: Houd rekening met de culturele achtergrond van de leerlingen.

 

STRUCTUUR

:: De bladspiegel is overzichtelijk en consequent.

:: De pagina's zijn doorlopend genummerd.

:: Gebruik een consequent, leesbaar en aantrekkelijk lettertype.

:: Voeg een inhoudstafel met paginaverwijzing toe aan je syllabus.

:: Zet de doelstellingen op een vaste plaats in het hoofdstuk.

:: Voorzie de teksten, hoofdstukken en alinea's van consequente titels, tussentitels en kopjes, bij voorkeur decimaal ingedeeld.

:: Orden de opdrachten logisch en chronologisch.

:: Zorg dat elke alinea maximaal één hoofdgedachte heeft.

:: Zet de hoofdgedachte van de alinea op de voorkeurplaats (begin / einde).

:: Schrijf vaktermen in de tekst vet.

 

TAAL

:: Stem het taalgebruik af op het taalniveau van de leerlingen.

:: Schrijf je zinnen niet te lang.

:: Varieer in zinslengte.

:: Varieer in zinstype.

:: Vermijd nominaliseringen.

:: Vermijd tangconstructies.

:: Beperk kettingconstructies.

:: Gebruik consequente opsommingen.

:: Beperk moeilijke woorden.

:: Gebruik maximaal één ontkenning per zin.

:: Vermijd het-dat-, er-die- en wat-betreft-zinnen.

:: Schrijf zo actief mogelijk (vermijd de passieve vorm).

:: Maak voldoende gebruik van signaalwoorden.

:: Beperk zeldzame uitdrukkingen en figuurlijke taal.

:: Streef naar consistent woordgebruik.

 

Laat je tekst nalezen door een buitenstaander.

Checklist voor taalgerichte toetsen

DIDACTIEK

:: Mijn toets heeft betrekking op verschillende domeinen:

• kennis

• inzicht

• opinie

• creativiteit

• vaardigheid

• reflectie

 

:: Ik leid mijn vraag in zodat de nodige voorkennis wordt geactiveerd.

 

:: Ik bied een basisstructuur aan voor het antwoord:

• een schema

• een tabel

• een schrijfkader

• een aantal structuuraanduiders en verbindingswoorden

 

:: Ik laat het antwoord voorafgaan door een voorbeeld.

 

:: Ik voeg een functionele illustratie of verduidelijkend schema toe.

 

TAAL

:: Ik controleer de instructies:

• mijn leerlingen zijn vertrouwd met deze instructies

• mijn instructies zijn niet te lang

• ik sta toe dat de leerlingen hun instructiekaart gebruiken

 

:: Ik heb oog voor stilistiek:

• samengestelde vragen heb ik opgesplitst

• moeilijke woorden heb ik verduidelijkt

• de taal is niet nodeloos abstract

• ik gebruik enkel negaties als het echt niet anders kan

• verwijswoorden zijn eenduidig gebruikt

 

LAY-OUT

:: Ik controleer de grafische schikking:

• Ik gebruik het duidelijke consistente lettertype van onze school.

• Ik gebruik voor elke toets de hoofding die we als schoolteam gekozen hebben.

• Bovenaan vermeld ik welke hulpmiddelen de leerling mag gebruiken.

• De bladspiegel is overzichtelijk en consistent.

• Ik voorzie voldoende schrijflijntjes voor het antwoord.

• De pagina's en vragen zijn doorlopend genummerd.

 

 

Bovenstaande checklist downloaden kan hier:

Download
Checklist taalgerichte toetsen
Checklist taalgerichte toetsen.doc
Microsoft Word document 27.0 KB

Denkgesprekken voeren met kleuters met een lage taalvaardigheid

Het stimuleren van taal-denkrelaties bij jonge kinderen is erg belangrijk voor hun cognitieve ontwikkeling. Redeneren, evalueren, reflecteren, het zijn essentiële vaardigheden die liefst zo jong mogelijk worden aangereikt. Maar hoe pak je dat aan als je kleuters over een beperkte taalvaardigheid Nederlands beschikken en hun denken (nog) niet onder woorden kunnen brengen?

Eerste hulp bij taal in de klas (link)

Enquête taalbeleid

Wil je weten wat er op dit ogenblik concreet gebeurt qua taalbeleid op jouw school? Download het formulier en laat het door alle leerkrachten invullen.

Download
Enquête taalbeleid | bevraging voor leerkrachten
bevraging_leerkracht.pdf
Adobe Acrobat document 204.0 KB

Evalueren en taal(vaardigheid) | Kijkwijzer

Download
KIJKWIJZER DOWNLOADEN
Evalueren en taalvaardigheid - Een kijkw
Adobe Acrobat document 184.6 KB

Helpen talenbeleid en taalscreening taalgrenzen verleggen?

Download
RAPPORT DOWNLOADEN & LEZEN
Helpen talenbeleid en taalscreening echt
Adobe Acrobat document 917.7 KB

Instructietaal

Kijkwijzer taalgericht vakonderwijs

Kijkwijzer talenbeleid

  Nederlands als instructietaal Nederlands voor de communicatie Nederlands als vak Moderne vreemde talen
  Beleidsniveau: kwantitatief op basis van indicatoren + kwalitatief
Aandacht voor doelgerichtheid        
Aandacht voor ondersteuning        
Aandacht voor evaluatie / de bewaking van de kwaliteit        
Aandacht voor ontwikkeling        
Uitvoeringsniveau: kwalitatief globale analyse
Acties uitgevoerd?        
Effecten didactische praktijk        
Leerwinst / studieresultaten        

Leesvaardigheid bij niet-taalvakken

Tips voor leesvaardigheid bij niet-taalvakken.

 

::

Laat een tekst nooit direct luidop lezen door een leerling voor heel de klas, tenzij je zeker weet dat de leerling de tekst goed zal voorlezen (met een meerwaarde voor de luisterende en meelezende klasgenoten). Luidop lezen vertraagt meestal het lezen en de aandacht die de leerling aan het technische aspect van het voorlezen moet besteden, verdringt het begrip van de tekst.

 

::

Laat leerlingen geregeld hun leesdoel verwoorden of maak het leesdoel vooraf duidelijk.

 

::

Roep voor stillezen van de tekst de dagelijkse en schoolse voorkennis van de leerlingen op. Met welke vragen over het onderwerp zitten ze nog?

 

::

Laat leerlingen voorspellen (aan de hand van de titel, illustraties, tussenkopjes) wat ze zullen te weten komen bij het lezen van de tekst.

 

::

Schenk aandacht aan vaktermen en belangrijke schooltaalwoorden en toevallig voorkomende posterwoorden. Laat de leerlingen moeilijke vaktermen uit een tekst halen met een voorbeeldzin (aanbod, semantiseren, consolideren). Laat de leerlingen een identiteitskaart van de belangrijkste begrippen opstellen en deze begrippen verzamelen in een klassikale fichebak of een vaktermenboekje.

 

::

Laat kernwoorden bij een alinea plaatsen en geef eventueel als voorbeeld één kernwoord cadeau.

 

::

Laat de leerlingen verbanden leggen, laat ze bijvoorbeeld oorzaken en gevolgen, kenmerken, voorwaarden zoeken.

 

::

Laat tragere lezers vaker aan bod komen (om de kernwoorden te bepalen, schema's aan te vullen), eventueel bijgestaan door een klasgenoot.

 

::

Laat leerlingen voor elkaar zinnige vragen over de tekst bedenken. Laat ze die in groepjes als quiz oplossen.

 

::

Geef eventueel structurele ondersteuning aan tragere lezers, bijvoorbeeld door een ruim schema van de tekst met lege vlakken die de structuur uitbeelden. Laat ze daarna door middel van een schrijfkader en deze structuur een samenvatting of schema maken van de tekst.

 

::

Verwoord voor de klas een leesstrategie. Laat een leerling de leesstrategie becommentariëren.

 

::

Laat leerlingen in groepjes hun voorspellingen en lezersverwachtingen toetsen aan wat ze gelezen hebben. Geef ze daarvoor eventueel een leeg vergelijkingsschema.

 

::

Laat de tekst opnieuw in verband brengen met wat ze van het onderwerp al wisten.

 

::

Laat niet altijd dezelfde leerlingen met dezelfde tekst werken. Het lezen van verschillende teksten of delen van teksten maakt de leesactiviteit functioneler.

 

::

Laat leerlingen in heterogene groepjes werken om informatie uit verschillende teksten of tekstdelen te verzamelen. Elk lid van de groep krijgt op die manier een noodzakelijk deel van de te verkrijgen informatie. Die kan dan aan de andere groepen gepresenteerd worden.

 

::

Schenk permanent aandacht aan het correct lezen en begrijpen van opdrachten en vragen (bij oefeningen, toetsen en examens).

Luistervaardigheid bij niet-taalvakken

Tips voor luistervaardigheid bij niet-taalvakken.

Luisteren naar uitleg, bedenkingen, vragen van leraar of medeleerlingen.

 

::

Zorg voor een goed luisterklimaat.

 

::

Maak tijd om leerlingen naar elkaar te leren luisteren.

 

::

Betrek de leefwereld van de leerlingen bij de leerstof: vraag ze naar hun ervaringen en voorkennis.

 

::

Stel leerlingen voor een probleem, geef ze uitdagende opdrachten en laat ze zelf in groepjes oplossingen bedenken, bespreken en uitwerken.

 

::

Laat een klassikale, frontale uitleg nooit langer dan zeven minuten duren.

 

::

Maak bij een klassikale uitleg, discussies en gesprekken altijd gebruik van de belangrijke vaktermen, de schooltaal en posterwoorden (aanbod, semantisering, consolidering).

 

::

Visualiseer (door middel van objecten, handelingen, foto's, prenten) of geef concrete voorbeelden van moeilijke begrippen en vaktermen.

 

::

Koppel taal indien mogelijk aan fysieke handelingen en verwoord altijd je handelingen.

 

::

Laat ruimte voor vragen van de leerlingen, moedig hen aan om vragen te stellen.

 

::

Neem ook zelf een actieve luisterhouding aan. Indien nodig, optimaliseer je het taalgebruik van de leerlingen (laat verduidelijken, modelleer en herhaal, breid uit, orden en vat samen).

 

::

Laat instructies bij opdrachten en taken altijd door de zwakkere taalgebruikers herhalen of in eigen woorden uitleggen.

 

::

Laat sommige processen of handelingen door een videofilmpje uitleggen.

 

::

Laat een heterogeen samengesteld groepje leerlingen aan andere leerlingen uitleg geven over een aspect dat ze vooraf grondig hebben doorgenomen.

 

::

Geef de luisterende leerlingen welomschreven en van elkaar verschillende taken als iemand iets vertelt of presenteert. Dat maakt het luisteren functioneler.

 

::

Laat leerlingen tijdens en na een luistermoment voor elkaar zinnige en verschillende vragen bedenken. Laat ze die in groepjes oplossen.

 

::

Laat leerlingen de antwoorden of uitleg van andere leerlingen waarderend kritisch beluisteren. Bespreek de waarde (verstaanbaarheid, volledigheid, gestructureerdheid) van de uitleg of het antwoord.

Modeling instruction

Mogelijke actiepunten

Schrijfkader voor berichten

Bied je leerlingen een schrijfkader voor berichten aan. Geef ze een structuur waarin ze op een makkelijke doch correcte manier eenvoudige berichten kunnen sturen naar leerkrachten.

Je kan deze schrijfkaders ook uitbreiden voor bepaalde verslagen (bijvoorbeeld bij wetenschappelijke vakken).

 

Taalscreening

In het begin en op het einde van het schooljaar worden kennis van schooltaalwoorden en leesvaardigheid gescreend. Aan de hand van de resultaten van deze testen wordt voor de leerlingen met alarmerende scores een taaltraject opgesteld. Zo'n taaltraject houdt in dat er gepoogd wordt de specifieke taalproblemen van de leerling aan te pakken (1-op-1-begeleiding). Kan de leerling bijvoorbeeld geen goede zinnen vormen in een schrijfopdracht, dan wordt daarop gefocust.

Heeft een leerling een zeer gebrekkige basiskennis van het Nederlands, dan wordt daar met behulp van NT2-lesmateriaal aan gewerkt (o.a. via Nedbox).

 

Toneel op school

Alle leerlingen kunnen zich in het begin van het schooljaar inschrijven om deel te nemen aan toneelactiviteiten en expressieve oefeningen. Vaak wordt er gewerkt naar een 'eindproduct' toe, bijvoorbeeld een kortfilm. Je kan je voor dit project baseren op bestaande theaterstukken, of leerlingen zelf een (kort) theaterstuk in mekaar laten boksen.

 

Voorleesweek

Tijdens de voorleesweek kan je met je leerlingen klassen bezoeken van een lagere of kleuterschool in je buurt om daar verhalen voor te lezen aan jongere kinderen. Ook een poppenkastspel behoort tot de mogelijkheden.

 

Schoolbibliotheek

Richt een centrale plek op school in als bibliotheek waar leerlingen boeken kunnen raadplegen en ontlenen.

Je kan ook een bibbox ontlenen bij je plaatselijke openbare bibliotheek.

Via de Luisterpuntbibliotheek kan je ingesproken boeken ontlenen.

 

Woord in de kijker

Elke week wordt er een 'moeilijk' woord op de startpagina van de elektronische leeromgeving gezet, met de verklaring van het woord en een voorbeeldzin. In de schoolkrant verschijnt bij elke uitgave een kruiswoordraadsel, waar de leerlingen deze 'woorden in de kijker' invullen. Ze deponeren hun kruiswoordraadsel in de wedstrijdbus, een winnaar wordt geloot en deze krijgt een (kleine) beloning/prijs.

 

Taaltip

Tips over o.a. taalgebruik en spelling verschijnen tevens op de startpagina van de elektronische leeromgeving. De taaltips worden maandelijks geüpdatet.

 

Gedichtenwedstrijd

Tijdens de jaarlijkse poëzieweek kan een (interne) gedichtenwedstrijd georganiseerd worden. Alle leerlingen schrijven een gedicht dat kadert binnen het thema van de poëzieweek, volgens een werkwijze die de leerkracht Nederlands/PAV kiest. De gedichten worden in een eerste ronde 'gefilterd' door de leerkrachten. Daarna worden de gedichten uit de eerste selectie opgehangen in de gangen van het schoolgebouw. Alle leerlingen krijgen dan de mogelijkheid om in een tweede ronde voor hun favoriete gedicht te stemmen. Uit deze stemming wordt een top-3 samengesteld. De drie beste gedichten krijgen een prijs.

NedBox

In dit filmpje toon ik je hoe ik de website nedbox.be inzet voor taaltrajecten Nederlands.

Een voorbeeld van een verslag dat ik maak tijdens zo'n oefensessie (en waarvan sprake in het filmpje) kan je hieronder downloaden.

Download
Verslag (voorbeeld)
NedBox verslag 1.pdf
Adobe Acrobat document 338.8 KB

Netwerksessie talenbeleid Hasselt

Download
PRESENTATIE TALENBELEID GO! CAMPUS MERCURIUS LOMMEL
Presentatie talenbeleid Mercurius netwer
Microsoft Power Point presentatie 3.6 MB

Problemen en tips bij het invoeren van een talenbeleid

Problemen Tips
Samenwerken met collega's en management 
Na het eerste enthousiasme werkt geen leerkracht op mijn school meer met het LVS taal, omdat degene die het initiatief heeft genomen geen tijd meer heeft, van baan is veranderd, ziek is geworden. De implementatie van het LVS taal en het screeninginstrument heeft veel meer kans van slagen als het gedragen wordt door de schooldirectie. Zoek steun (ook in termen van uren die hiervoor beschikbaar worden gesteld) bij directeur en pedagogisch directeur. In het begin kan dit best in de vorm van een pilootproject worden gegoten maar om echt effect te hebben, moet het project wel indalen in het beleidsplan van de school. Hecht grote waarde aan gezamenlijk optrekken en blijf hameren op ondersteuning vanuit de schooldirectie. Presenteer je als expert en gebruik je schoolleiding bij de sturing (niet andersom).
Na aanvankelijk enthousiasme zakt de aandacht een beetje weg. Geef coördinerende collega's een duidelijke taak bij het monitoren en stimuleren van ontwikkelingen. Stel een actieplan met hen op. Leg alles goed vast. Maak de afspraken zo concreet mogelijk: data van overleg, lesbezoek, ontwikkelactiviteiten. Maak realistische afspraken en zorg dat er draagvlak is. Werk vanuit een gezamenlijk ervaren probleem. Bezoek met elkaar netwerkbijeenkomsten, betrek je collega's zo bij de invoering van het talenbeleid.
Het werken met een screeningsinstrument leeft minder bij bovenbouwleerkrachten dan bij leerkrachten van de eerste graad. Werk vanaf de onderbouw jaar voor jaar naar boven. Laat leerlingen hun taalportfolio meenemen en introduceren bij de nieuwe leerkracht, inclusief de producten die ze hebben opgeslagen, zo moet de nieuwe leerkracht wel meekijken. De leerling neemt zo het initiatief en creëert concrete vragen.
Het LVS taal kun je niet in één keer invoeren in de hele schoolwerking. Begin klein. Maak eerst afspraken over bepaalde klassen of leerjaren. Je kunt ook afspreken om de producten van een beperkt aantal vakken in het LVS taal op te slaan en de zelfevaluatie aan het begin en aan het eind van het jaar te doen.
Organisatie van taakgericht werken
Ik overweeg het LVS taal te gaan gebruiken, maar het lijkt me iets dat echt veel tijd kost. Je hoeft niet te beginnen met het LVS taal. Je kunt beginnen door aandacht te besteden aan de belangrijkste elementen die bij het LVS taal horen, zoals contextgerichtheid, interactief leren en het gericht bieden van taalsteun. Als je al gewend bent als leerkracht om zo te werken, dan is de stap naar het LVS taal niet zo groot.
Werken aan en beoordelen van taalvaardigheid kost tijd, lijkt inefficiënt. De winst van het werken met taaltaken zit in het leereffect achteraf. Dat kost weliswaar tijd, maar levert ook heel veel informatie op. Voor de leerlingen (hoe kom ik een stapje verder?) maar ook voor de leerkracht (waar lopen leerlingen tegenaan?). De leerstijlen worden ook zichtbaar. Die extra informatie kan beoordeling en begeleiding van de leerling ondersteunen en verbeteren.
Ontwikkeling van leerlijnen kost zo veel tijd. Dat is de laatste stap. Om te beginnen, start met screening en de analyse ervan. Zorg daarna voor remediëringsmateriaal, gepast voor elke leerling. Laat leerlingen ook zelf taken bedenken.
Het inpassen van een screeningsinstrument in de jaarplanning is lastig. Je hebt aanvankelijk het gevoel dat taken die bovenop de jaarplanning komen en dus naast de voorbereidingstijd, een extra belasting zijn. Zorg dat de directie in de schoolkalender ruimte en plaats voorzien heeft voor de screening bij aanvang en voor de opvolgscreening. Als die ingepland is in de kalender, is er minder weerstand en worden ze een normaal onderdeel van het schooljaar.
De leerling
Metataal over de taalscreening / het LVS taal in de klas gebruiken is lastig. Met leerlingen praten over kost inderdaad tijd. Dit betaalt zich echter terug naarmate er langer mee gewerkt wordt en de reflectie goed gebeurt. Leerlingen worden zelfstandiger en leren instructies beter interpreteren.
Leerlingen vinden losse taaltaken saai. Organiseer levensechte taken. Die stimuleren leerlingen enorm. Geef veel aandacht aan het ontwikkelen hiervan.
Hoe krijg ik de leerlingen echt actief? Werk vanuit taaltaken, laat zien dat de producten van deze taken aantonen wat leerlingen kunnen. Laat leerlingen ook zelf taken bedenken. Ze leren zo de relevantie inzien van taalmiddelen (directe meerwaarde is beter zichtbaar).
Leerlingen vragen zelf om (schoolse) aanpak en tussentijdse toetsen om maar aan het werk gezet te worden. Ze kunnen zichzelf niet motiveren om zelfstandig aan de slag te gaan. De kracht van de individuele leertrajecten ligt in de individuele aanpak en het gepaste materiaal per leerling. Daarmee zal elke leerling de voor hem noodzakelijke leerweg kunnen afleggen. Dat is noodzakelijk om goed te kunnen scoren bij de tweede screening aan het eind van het jaar. Dan wordt goed zichtbaar hoeveel er op die manier is bijgeleerd.
Ik gebruik het LVS taal, maar besteed weinig aandacht aan zelfevaluatie door leerlingen: het kost me te veel tijd, het is allemaal extra werk, ook voor de leerlingen. Kies een leergang die systematisch aandacht aan zelfevaluatie besteedt, bijvoorbeeld door te verwijzen naar het LVS taal. Zo wordt zelfevaluatie geïntegreerd in het curriculum via de leergang.
Niveau-inschatting en toetsing
Het taalniveau dat leerlingen zeggen mee te nemen van de basisschool of van een vooropleiding, beantwoordt niet altijd aan wat wij daarvan verwachten, zelfs al zeggen ze dat ze een taalscreeningsinstrument hebben gebruikt. Neem voldoende tijd voor de intake; voer een intakegesprek voor de vaardigheden zoals spreekvaardigheid die via het screeningsinstrument niet worden gedekt.
Techniek en beheer
In het LVS taal kan een leerling slechts één leerkracht aanwijzen die zijn producten kan bekijken, maar dat is niet handig als je met meerdere collega's werkt. Maak een account voor alle taalleerkrachten, zodat het mogelijk is dat meer dan één leerkracht de producten van de leerlingen bekijkt.
De school biedt onvoldoende ICT-faciliteiten. Invoering van LVS taal lijkt te stuiten op het ICT-beheer. Sluit aan bij een bestaand beleidsprogramma of visie van de school. Vaak staan daar algemene of meer specifieke ICT-doelen geformuleerd voor onderwijsontwikkeling. Maak duidelijk dat het LVS taal een uitvoering van gewenst beleid is. Claim op grond van programma / visie financiële middelen, apparatuur, uren.
Het is lastig om een elektronische leeromgeving (zoals Smartschool) en het LVS taal naast elkaar te gebruiken, omdat het om twee vergelijkbare systemen gaat. Bij voorkeur wordt het LVS taal ingevoerd in de elektronische leeromgeving, zodat er geen naast elkaar staande systemen zijn. Belangrijk verschil is dat het LVS taal eigendom van de leerling blijft, terwijl de elektronische leeromgeving van de school is.

Scaffolding

1 Engagementfase

 :: In hoeverre is de kennis - nodig voor de uit te voeren taak - al aanwezig? (= peilen naar voorkennis)

:: Doel:

• informatie verwerven over wat al bekend is

• belangstelling wekken voor wat komen gaat

 

2  Building knowledge fase

 :: Inzichten uit engagementfase omzetten in zogenaamde steigers

• leerlingen bewustmaken van tekstkenmerken

• leerlingen de taak leren aanpakken volgens een vaste systematiek

• leerlingen voorbeelden aanreiken

• leerlingen strategieën bijbrengen om problemen op te lossen

• samen met de leerlingen een voorbeeld construeren van een taak (modelling)

• spelvormen gebruiken die de leerlingen tussenstappen laten maken op weg naar de uiteindelijke taak

 

3  Transformation fase

 :: De leerling gaat zelf aan de slag met de taak. Hij zal zijn leerkracht misschien nog een enkele keer om hulp moeten vragen.

 

4  Presentation fase

 :: De leerling toont zijn product.

:: De leerkracht treedt op als expert voor het taalgebruik.

 

5  Reflection fase

 :: De leerling stelt zich de vraag: wat ging goed? Wat zou hij een volgende keer anders doen?

 

bron: Scaffolding. Technieken om MVT leerlingen hoger te laten reiken | A. Beeker, J. Canton, B. Trimbos | september 2008 | slo nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

Schrijfkaders (link)

Schrijfvaardigheid bij niet-taalvakken

Tips voor schrijfvaardigheid bij niet-taalvakken.

 

::

Laat leerlingen alleen schrijven als hun tekst ook gelezen wordt, met andere woorden zorg ervoor dat ze iets te schrijven hebben met betrekking tot het vak en zorg ervoor dat ze nadien ook gelezen worden (functionele feedback).

 

::

Gebruik ook de nieuwe media voor schrijven (pc, tablet, gsm) en laat ze daarbij alle mogelijke hulpmiddelen inschakelen.

 

::

Laat leerlingen eerst hun gedachten ordenen door middel van kernwoorden, losse notities, schema's. Laat andere leerlingen het schema eerst verder aanvullen.

 

::

Laat vooral de taalzwakkere leerlingen kernwoorden, losse notities al mondeling in een tekst gieten. Dan pas gaan ze tot schriftelijke productie over.

 

::

Geef structuurpatronen en schrijfkaders mee die niet te beperkend zijn.

 

::

Spelling en grammatica zijn slechts onderdelen van schrijven. In sommige tekstsoorten kan de aandacht en het belang dat eraan gehecht wordt geminimaliseerd worden (bijvoorbeeld hun memoblaadjes, hun onderlinge e-mails, hun chatgesprekken). Geef wel duidelijk aan wanneer de omstandigheden zodanig formeel zijn dat spelling en grammatica wel belangrijke onderdelen van het schrijven zijn (bijvoorbeeld in het werk dat ze indienen, hun mails aan de leraar of externen, schema's die opgehangen zullen worden).

 

::

Heb aandacht voor verbindings-, schooltaal- en vaktaalwoorden.

 

::

Laat leerlingen zelf vragen verzinnen en opschrijven. Die vragen gebruik je ook voor de les, de toets, het examen.

 

::

Laat vaak in heterogene duo's schrijven. De sterkere schrijver moet zeer nauwgezet en duidelijk leren formuleren, de zwakkere schrijver steekt onbewust zeer veel op van de schrijfstrategieën die de sterkere schrijver gebruikt.

 

::

Laat leerlingen hun teksten in een powerpointpresentatie schrijven. Aan de hand van de presentatie kunnen ze dan het beschrevene aan de hele klas presenteren. Ook teksten die later aan de muur gehangen worden of in de schoolkrant zullen verschijnen werken motiverend.

 

::

Heb aandacht voor de verschillende elementen die bij het schrijven komen kijken: inhoud, volledigheid, structuur, creativiteit, zinsbouw, woordkeuze, spelling.

 

::

Laat de leerlingen af en toe hun tekst herschrijven (vooral als ze een elektronische versie hebben).

 

::

Beperk de thema's van de schrijfopdrachten niet tot je vak, werk ook eens vakoverschrijdend.

 

::

Werk samen met je collega van Nederlands en van andere vakken. Wat leren de leerlingen over schrijven bij hen? Wat moeten ze zeker al kennen en kunnen? Wat kun je samen met je collega (Nederlands) nastreven?

 

::

Geef aan je collega Nederlands je waardering met betrekking tot schrijfvaardigheid van je leerlingen door. Ook al ben je geen specialist op dit vlak, je bent een uitstekende waardemeter.

 

::

Vraag je collega bijzondere aandacht te besteden aan bepaalde, te verbeteren aspecten die je opgevallen zijn.

Signaalwoorden in examenteksten

Download
Signaalwoorden in examenteksten
Nederlands - Frans - Engels - Duits
Signaalwoorden die het meest voorkomen i
Microsoft Word document 32.3 KB

SMART

Specifiek | Wat gaan we precies doen?

Zorg voor een concrete en ondubbelzinnige omschrijving van de activiteit. Het zal meestal gaan om een zelfstandig naamwoord en een werkwoord.

We gaan de vuilnisbakken buitenzetten.

 

Meetbaar | Hoeveel gaan we doen?

De meetbaarheid maakt het geheel overzichtelijk en kan ervoor zorgen dat er een resultaat zichtbaar is.

We hebben vier vuilnisbakken.

 

Acceptabel | Is er draagvlak voor wat we doen?

Draagvlak is belangrijk, want zonder draagvlak kun je wel iets doen, maar dan beklijft het niet.

Met steun van iedereen.

 

Realistisch | Kan het wat we willen doen?

Het plannen van activiteiten moet gebaseerd zijn op de realiteit. Niemand heeft er iets aan om iets te plannen dat niet haalbaar is.

Als twee collega's even helpen met duwen.

 

Tijdsgebonden | Wanneer zijn we klaar?

De tijd is natuurlijk ook belangrijk. Eeuwige doelen zijn geduldig maar helpen niet veel bij het oplossen van problemen.

Vóór negen uur morgenochtend.

Soorten leren

gepersonaliseerd leren

leerlinggestuurd

individuele behoeften

eigen leerdoelen

ontwerpt eigen leren

kiest zelf materialen

'netwerkleren'

bewaakt eigen voortgang

'learner control'

gedifferentieerd leren

leerkrachtgestuurd

groeperen op behoeften

doelen per groep

instructie per groep

varieert per groep

begeleiding per groep

voortgangstoetsen groep

'teacher control'

geïndividualiseerd leren

leerkrachtgestuurd

individuele leerbehoeften

aangepaste indiv. doelen

maatwerk

indiv. passend aanbod

individuele begeleiding

adaptieve toetsen

'programme control'


Spreek klare taal

Langzaam en duidelijk spreken

:: op een natuurlijke manier

:: luid genoeg

:: goed articuleren

:: belangrijke woorden benadrukken

:: pauzes laten tussen de zinnen

 

Eenvoudigere woorden gebruiken

:: doorzichtige, internationale woorden

afzeggenannuleren

vanzelfautomatisch

:: geen oubollige woorden

desalniettemintoch

bekomenkrijgen

aanvankelijkeerst

:: moeilijke belangrijke woorden meerdere keren uitleggen

Hoe lang ben je arbeidsongeschikt? Hoe lang zal je niet kunnen werken?

In het Nederlandstalig onderwijs, dus in het onderwijs in Vlaanderen.

:: schooltaal toelichten

Een synoniem, dus een ander woord met dezelfde betekenis.

 

Letterlijke taal gebruiken

:: gezegdes uitleggen

Ik kan erin komen.Ik begrijp het.

Heb je het onder de knie?Kan je het al?

Dat is een ander paar mouwen.Dat is heel wat anders. Dat is een moeilijk probleem.

 

Actieve zinnen maken

:: spreek over personen en handelingen

Drank is in de cafetaria te verkrijgen.Je kan iets drinken in de cafetaria.

Er wordt hier niet gerookt.Je mag hier niet roken.

Men kan tot eind maart bestellen.Je kan tot eind maart bestellen.

 

Korte zinnen maken in instructies

:: vermijd samengestelde zinnen in opdrachten en vragen

Nadat je de kast hebt opgeruimd, gooi je de rommel in de container die in de kelder staat.Ruim eerst de kast op. Gooi dan alle rommel in de container. Die staat in de kelder.

 

We herinneren u eraan dat u dit aanvraagformulier binnen de maand moet terugsturen.Stuur dit formulier binnen de maand terug.

Spreekvaardigheid bij niet-taalvakken

Tips voor spreekvaardigheid bij niet-taalvakken.

 

::

Laat functionele gesprekken zoals informatie vragen, een antwoord geven, een bericht doorgeven, een verzoek doen, telkens betekenisvolle oefenmomenten zijn.

 

::

Vermijd klassieke spreekbeurten. Vervang ze door kortere functionele presentaties van (groeps)werk voor een geïnteresseerd publiek.

 

::

Geef alle leerlingen voldoende tijd en ruimte om aan het woord te komen.

 

::

Zorg voor een veilige omgeving, laat de leerlingen eerst in duo's met elkaar aan de slag gaan. Dat vermindert spreekangst.

 

::

Laten werken en spreken in kleine groepen zorgt voor meer overleg, discussie, spreek- en luistermomenten. Het vakonderwerp staat in het middelpunt van de belangstelling. In kleinere groepen zijn leerlingen actiever bezig met de leerstof. Ze zijn verplicht erover na te denken, erover te praten, te discussiëren, naar elkaar te luisteren.

 

::

Zorg voor geboeide luisteraars, bijvoorbeeld door ze een luistertaak te geven. Dit motiveert de spreker.

 

::

Zorg ervoor dat in een leergesprek de school- en vaktaalwoorden functioneel worden gebruikt (consolidering van deze noodzakelijke woordenschat).

 

::

Vraag de leerlingen om sommige woorden uit te leggen.

"Je sprak net over fotosynthese. Wat bedoel je daarmee?"

Zo zullen ze woorden met betekenis vullen en vastzetten (semantiseren en consolideren).

 

::

Laat de leerlingen bij de presentatie van een werkje, bij een langere uitleg of werkprocedure een schema met kernwoorden opstellen of geef ze een spreekkader of stroomschema dat niet belemmerend werkt.

 

::

Probeer door belangstellende tussenvragen stokkende sprekers meer op gang te krijgen, meer structuur aan het geheel te geven.

 

::

Heb oog voor technische aspecten (inhoud, taalregister, duidelijkheid, zinsconstructie, vervoegingen, uitspraak) maar luister toch vooral naar de boodschap.

 

::

Corrigeer fouten op een modellerende en expanderende manier.

Leerling: "Die spetters vliegden daaruit."

Leraar: "Prima. Dus het gevolg daarvan was dat de lasspetters daaruit vlogen. Wat kunnen we daartegen doen?"

Zorg ervoor dat spreek- en vraagangst verdwijnt.

 

::

Laat taalzwakkere leerlingen vaker aan het woord komen, ook al duurt hun uitleg langer en is die misschien moeilijker te begrijpen.

 

::

Laat gerust dezelfde leerling een langere uitleg herhalen, of laat deze herhaling door een andere leerling doen, zodat de uitleg gestructureerd en verdiept wordt.

 

::

Rond uitleg af door een korte synthese en vraag of die correct is.

 

::

Moedig aan en spreek je waardering uit.

Stappenplan taalbeleid

Taalbeleidsteam

:: Directie

:: Kernteam / cel taabeleid

:: Stuurgroep uit vakwerkgroepen

:: Vragen

• Hoe is het taalteam samengesteld: hoeveel leerkrachten, veel / weinig verschillende vakken, .. ?

• Hoe is de deskundigheid op het vlak van taalvaardigheid?

• Is er een leerkracht Nederlands die op het vlak van taalbeleid een voortrekkersrol kan opnemen?

• Hoe is het klimaat in het lerarenkorps: samenwerkend, dynamisch, individualistisch?

• Welke andere acties van de school sluiten aan bij taalbeleid: leren leren, samenwerkend leren, leerlingvolgsysteem, ... ?

 

Beginsituatieanalyse (BSA)

:: Problematiek

• Wat is de aanleiding voor het ontwikkelen van een taalbeleid?

• Hoe manifesteren de problemen zich?

• Hoe ervaren de leerlingen de problemen?

• Hoe ervaren de leerkrachten de problemen?

:: Leerlingpopulatie

• Hoeveel leerlingen kampen met een taalachterstand?

• Is er een stijging of een daling in vergelijking met vorige schooljaren?

• Hoe is de taalachterstand over de verschillende stromen, graden en studierichtingen verdeeld?

• Hoe zijn de prestaties van taalzwakke leerlingen in vergelijking met taalsterkere?

• Wat zijn de verwachtingen / trends voor de volgende jaren?

:: Leerkrachtenteam

:: Acties uit het verleden

 

Visie

:: Aanleiding (= BSA)

:: Verwachtingen van de school

:: Doelstellingen: wat willen we bereiken?

:: Strategieën: wat en hoe, en wat eerst?

 

Screening instroom

:: Woordenschat

:: Begrijpend lezen | technisch lezen

:: Spelling

:: Mondelinge taalvaardigheid

 

Acties

:: Woordenschat

:: Technisch lezen / sticordi

:: Begrijpend lezen

:: Taalgericht vakonderwijs

:: Toetsen en examens

:: Lesmaterialen

:: Samenwerking basisonderwijs en hoger onderwijs

:: Communicatie ouders

:: Pedagogische studiedag

 

Evaluatie

:: Is de actie geslaagd?

Ja ► Nog verderzetten?

Neen ► Aanpassen? Afvoeren?

 

Nieuwe cyclus

:: Beginsituatieanalyse aanpassen?

:: Nieuwe doelstellingen?

:: Nieuwe strategieën?

:: Nieuwe acties?

Taalgericht vakonderwijs (website)

Talige struikelblokken

Talige struikelblokken bij leerlingen met een lage schoolse taalvaardigheid.

Zwakke leerlingen Anderstalige leerlingen
Technisch lezen gaat te langzaam. Hebben meer tijd nodig voor mondeling beantwoorden of stellen van vragen.
   
Lezen woord voor woord, zonder tekstoverzicht.  
   
Blijven steken bij moeilijke woorden. Kennen de betekenis van veel woorden niet: weinig frequente woorden, relaties tussen woorden zoals synoniemen, ondergeschikte woorden, figuurlijk taalgebruik.
   
Letten niet op signaalwoorden. Kennen de betekenis van signaalwoorden niet.
   
Gebruiken voor en tijdens het lezen hun kennis van de wereld onvoldoende. Hebben andere voorkennis, leggen andere verbanden.
   
  Missen kennis van het taalsysteem en taalgebruik (syntaxis, stijlen).
   
Hebben hun eigen kennis niet goed georganiseerd en hebben daarom moeite met formuleren. Hebben moeite met het formuleren van antwoorden wegens ontbrekende talenkennis.
   
Kunnen niet lang geconcentreerd luisteren. Hebben moeite met luisteren naar tekst met relatief onbekende woorden.

Bron: Hajer & Meestringa, 1994

Valkuilen voor taalbeleid

Als alle Vlaamse schoolteams een taalbeleid moeten ontwikkelen, welke valkuilen kunnen ze daarbij dan best vermijden? Je leest het hier.

Wat met wiskunde? Examenwerkwoorden

Download
Examenwerkwoorden wiskunde - wetenschappen
examenwerkwoorden wiskunde wetenschappen
Adobe Acrobat document 250.8 KB

Woordenschatdidactiek

Bij woordenschatonderwijs is het van belang dat het woordnetwerk (mentaal lexicon) systematisch wordt uitgebreid. Dat betekent:

• dat woorden thematisch moeten worden aangeboden,

• dat veel aandacht moet zijn voor selectie (op grond van woordfrequentie, belevingswereld, nut),

• dat van oppervlakkige woordkennis gewerkt moet worden naar diepe woordkennis en van receptief naar productief.

 

Voor leerlingen is het van belang dat er veel wordt gelezen. In het algemeen geldt dat woorden pas worden verankerd in het woordnetwerk als ze ten minste zeven keer zijn aangeboden.

 

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

incidenteel woordenschatonderwijs: woorbetekenissen komen min of meer toevallig aan de orde (bijvoorbeeld bij voorlezen),

semi-incidenteel woordenschatonderwijs: er is wel sprake van enige structuur, maar meestal niet van woordselectie, opbouw enz. (bijvoorbeeld bij praatplaten),

intentioneel woordenschatonderwijs: er wordt gebruik gemaakt van een gestructureerde methode met aandacht voor woordselectie, voor thematisch werken, voor een opbouw in het aanbod enz.

 

In het woordenschatonderwijs wordt vaak de volgende viertact aangehouden:

• voorbewerken (activeren van voorkennis),

• semantiseren (uitleggen van de woordbetekenis),

• consolideren (inoefenen van woord en betekenis),

• controleren (nagaan of de woorden zijn onthouden).

 

Tips om binnen interactief taalonderwijs leerlingen steun te bieden bij het verwerven van woorden, bij het leren gebruiken van strategieën om zelf woorden te leren en bij het leren over woorden, zijn:

• bied leerlingen een rijke uitdagende leeromgeving met betekenisvolle contexten;

• daag leerlingen uit om actief deel te nemen;

• organiseer activiteiten in een kleine groep;

• stimuleer woordenschatontwikkeling buiten de klas (thuissituatie);

• geef instructie wanneer dat nodig is (kies bijvoorbeeld bewust van welk woord je de betekenis uitlegt).