Voor leerlingen


Raadpleeg ook de taalrubrieken Nederlands | Frans | Engels | Duits.


Download de taalwijzerapp!

 

De taalwijzerapp is gebaseerd op de Taalwijzers van JOMA secundair Merksem.

Schrijfkaders

Hoe schrijf je een bericht naar je leerkracht, een tekst volgens de probleemstructuur, hoe verwoord je je standpunt in een geschreven tekst, hoe schrijf je het verslag van een proef? Onderstaande schrijfkaders bieden je een duidelijke structuur om je tekst op te bouwen.

Download
SCHRIJFKADERS DOWNLOADEN IN PDF
Schrijfkaders.pdf
Adobe Acrobat document 459.2 KB
Download
SCHRIJFKADERS DOWNLOADEN IN WORD
Schrijfkaders met aangepaste kleur.docx
Microsoft Word document 101.3 KB

Signaalwoorden in examenteksten

Download
Signaalwoorden in examenteksten
Nederlands - Frans - Engels - Duits
Signaalwoorden die het meest voorkomen i
Microsoft Word document 32.3 KB

Studeren doe je zo!

Studietips

::

Controleer je notities vóór de examenreeks.

• Maak een lijst van de examenvakken.

• Duid aan voor welke vakken je in orde bent.

• Noteer wat je nog in orde moet maken.

 

::

Studienamiddagen tijdens de examens houd je voor het echte leren.

Vooraf maak je best je leerstof 'klaar'.

• Neem je cursus door.

- Begrijp je de tekst? Zoek op wat woorden betekenen.

- Versta je hoe schema's opgebouwd zijn?

- Snap je waarvoor formules dienen?

- Begrijp je wat afbeeldingen betekenen of illustreren?

- Denk hier eerst zelf over na. Begrijp je het nog niet? Vraag dan uitleg aan een klasgenoot of je leerkracht.

• Duid de essentie aan in een tekst. Duid met symbolen in de kantlijn aan wat belangrijk is.

• Maak structuren van de leerstof (titels, ondertitels, onderverdelingen).

• Zet wat voor jou 'te veel tekst' is om in een schema.

• Schrijf wat voor jou 'te veel schema' is uit in een tekst.

• Duid aan wat je moet kennen, kunnen uitleggen, kunnen toepassen (je vakleerkracht deelt dit soms vooraf mee!).

• Een heldere samenvatting helpt om de leerstof te herhalen.

 

::

Lees het leerstofoverzicht aandachtig vóór de laatste les. Op die manier kan je nog uitleg vragen als er een probleem opduikt of als er iets onduidelijk is.

 

::

Studeer regelmatig vóór de examenperiode. Hoe vaker je iets leert, hoe beter het in je geheugen zit.

Studeer zeker vóór de proefwerkperiode die vakken waarmee je problemen hebt.

 

::

Noteer alvast in je agenda:

• wanneer je welk examen hebt,

• het lokaal van het examen,

• het materiaal dat je moet meebrengen naar het examen.

 

::

Ga gezond de examenperiode door!

• Leef op een gezond ritme: eet op vaste tijdstippen, studeer en ontspan volgens een vast ritme (bijvoorbeeld één uur studeren, tien minuten pauze).

• Houd tussendoortjes voor de pauzes.

• Neem ontspanning met beweging en/of frisse lucht.

• Eet gezond: vermijd te veel suiker, drank met prik, energiedrank.

• Slaap voldoende. Neem voldoende nachtrust. Begin uitgerust aan je proefwerk.

 

::

Maak een weekplanning. Trek voldoende tijd uit om al je vakken te studeren. Doe dit realistisch. Bedenk vooraf voor welke vakken je meer of minder tijd nodig hebt.

 

::

Richt je studieplek vooraf in. Maak je bureauvlak leeg, stop prulletjes weg, zet kaften en boeken klaar per vak.

 

::

Laat je niet afleiden tijdens het studeren. Schakel het internet uit, zet de tv af, leg je gsm weg. Houd muziek op de achtergrond.

 

::

Verdeel je leerstof voor een lesvak zelf in pakketjes. Probeer die telkens in een bepaalde tijd af te werken.

 

::

Deel je tijd in. Plan vooraf hoelang je studeert (bijvoorbeeld één uur) en hoelang je pauzeert (bijvoorbeeld tien minuten). Een wekker helpt je om de tijd in te stellen.

Kom je tijd tekort? Maak dan een goed 'prioriteitenlijstje'. Dit is een lijstje met wat je zeker moet doen om je examen goed voor te bereiden.

 

::

Bespreek samen met je omgeving (ouders, broer of zus, vrienden) hoe zij je kunnen steunen in deze periode. Spreek af:

• dat ze je laten studeren als je geen pauze hebt;

• dat ze vragen uitstellen tot de pauzes;

• op welk tijdstip je met je vrienden zal communiceren (chat, sms, twitter, ...);

• hoe ze je extra kunnen verwennen of helpen (bijvoorbeeld gewoon aanwezig zijn, helpen je tijd te bewaken, ...).

 

::

Neem je leerstofoverzicht.

• Welke delen van de leerstof moet je leren? Duid aan.

• Aan welk deel van de leerstof moet je het meest aandacht besteden?

• Wat moet je kennen, kunnen uitleggen of inzien, kunnen toepassen?

• Bekijk het overzicht of de inhoudsopgave. Waar gaat de leerstof over? Wat heb je in dit hoofdstuk precies geleerd? Uit welke onderdelen bestaat de leerstof? Welke verbanden kan je terugvinden tussen die onderdelen?

• Je kan afvinken wat je al gestudeerd hebt.

 

::

Controleer jezelf. Test of je definities en structuren exact kan weergeven. Kan je de leerstof uitleggen? Vraag iemand om te luisteren. Je kan ook luidop oefenen tegen 'ingebeelde mensen'.

 

::

Oefen ook! Maak oefeningen opnieuw. Probeer nieuwe oefeningen uit.

Neem je toetsen en taken vast. Test of je de vragen kan beantwoorden.

Wat met wiskunde? Examenwerkwoorden

Download
Examenwerkwoorden wiskunde - wetenschappen
examenwerkwoorden wiskunde wetenschappen
Adobe Acrobat document 250.8 KB

Wat te doen in één uur studeren?