Nederlands > Vaardigheden

Spellingvaardigheid versterken

Ontwikkel het spellinggeweten bij de leerling door

:: het goede voorbeeld te geven: geen spelfouten in eigen teksten.

:: van leerlingen te eisen dat hun stelopdrachten, teksten voor de schoolkrant, brieven aan andere scholen of affiches voor evenementen vrij zijn van spelfouten.

:: te stimuleren dat leerlingen de spellingchecker op de computer gebruiken.

 

Ontwikkel het spellingbewustzijn van de leerling met

:: instrumenten voor zelfcontrole door de leerlingen, zowel bij dictees als bij het schrijven van teksten.

:: laten vaststellen hoe zeker ze zijn over hun spelling: goed dan wel fout of twijfelen ze? Bij fout en twijfel moeten ze hun regelkennis gebruiken (en eventueel opzoeken in het woordenboek of in speciale opzoekboekjes) en proberen de fout te verbeteren.

:: het goede voorbeeld te geven: in de lessen laten zien en horen wat spellingbewustzijn is. Hardop denken helpt daarbij.

 

Bespreek met leerlingen de maatschappelijke functie van correcte spelling.

:: Ze moeten leren onderscheiden welke spelfouten min of meer vergeeflijk zijn in het maatschappelijke verkeer en welke onvergeeflijk. Bijvoorbeeld: je sollicitatiebrief komt in de papiermand terecht want een dt-fout wordt doorgaans beschouwd als een indicatie dat de speller niet goed kan nadenken.

:: Leerlingen moeten weten in welke situaties spelfouten er toe doen.

 

Besteed aandacht aan taalbeschouwing wat betreft spelling.

:: Leerlingen kunnen zelf nagaan waarom we niet schrijven zoals we spreken: laat ze een zelfde stukje tekst opschrijven zoals ze het zouden uitspreken. Vergelijk de verschillen en leesbaarheid. Bespreek ook hoe anders spellen effect heeft op het kunnen lezen van oude teksten.

:: Bespreek welke taalkundige principes achter de spelling zitten.

 

Zorg dat leerlingen de hulpmiddelen voor spelling kennen en gebruiken.

:: Besteed minstens één les aan de mogelijkheden en beperkingen van de spellingcontrolefunctie in Word. Demonstreer die bijvoorbeeld met behulp van een laptop en een beamer. Het is ook leuk met leerlingen uit te zoeken op welk soort spellingopgaven uit de methode Nederlands de spellingchecker een goed antwoord heeft.

:: Zorg er ook voor dat het Groene Boekje als naslagwerk beschikbaar is. Besteed één of twee lessen aan het gebruik ervan. Met name de digitale versie is handig voor leerlingen.

 

Leer werkwoordsspelling aan via algoritmes.

:: Leer leerlingen hun teksten te herlezen en waar nodig de werkwoordsspelling te controleren en verbeteren.

:: Attendeer ze vooral op zogenaamde gevaarwoorden: gelijkluidende (homofone) woorden waar concurrentie tussen twee verschillende spellingen bestaat.

:: Leer leerlingen werken met een algoritme: een beslissingsschema dat bij juiste hantering de juiste spellingvorm genereert.

:: Zorg dat leerlingen de relevante grammatica kennen die nodig is voor de werkwoordsspelling: werkwoord, grammaticale tijd, getal en persoon, persoonsvorm, voltooid deelwoord, onderwerp. Ze moeten onderscheid kunnen maken tussen persoonsvorm en voltooid deelwoord, en ze moeten kunnen vaststellen of een voltooid deelwoord al dan niet als bijvoeglijk naamwoord in een zin wordt gebruikt. Maar zorg er dan vooral voor dat leerlingen inzien waarvoor ze deze kennis nodig hebben.

 

Laat leerlingen de functie van leestekens ervaren. Gebruik een taalbeschouwelijk-communicatieve invalshoek.

Mogelijke oefeningen zijn:

:: De leerlingen geven bij een bestaande tekst bij ieder leesteken aan welke functie dit leesteken op die plaats heeft.

:: Geef de leerlingen een tekst zonder leestekens en hoofdletters, zodat ze ervaren hoe lastig leesbaar die is. Hardop laten voorlezen is in dit geval een goed idee. Ze brengen de nodige leestekens en hoofdletters aan, en leggen bij elk leesteken uit waarom ze dat op die plaats aanbrengen.

:: De leerlingen zetten zinnen van de directe in de indirecte rede en andersom, en leren op die manier de functie en het gebruik van aanhalingstekens.

:: De leerlingen schrijven zelf tien zinnen waarin ze een bepaald leesteken gebruiken, met de juiste functie en op de juiste wijze.