Nederlands > Taaltips

bron: Taalpost, Genootschap Onze Taal

1 aprilgrap of 1-aprilgrap?

 

1 aprilgrap is een samenstelling van een spatiewoord - 1 april - en het woord 'grap'. Wanneer het linkerdeel van het spatiewoord een symbool, cijfer of letteraanduiding bevat, schrijven we een spatie en geen streepje. De rest van de samenstelling schrijven we aan elkaar: 1 aprilgrap, 50 eurobiljet, 7 uurjournaal, 1 meiviering, 5 sterrenhotel.

'S avonds of 's Avonds?

 

Het eerste woord van een zin krijgt een hoofdletter. Zo ver was je waarschijnlijk al. Maar wat als de zin met een apostrof begint? Dan krijgt het daaropvolgende volledige woord en niet het afgekorte woord de hoofdletter:

 

- 's Avonds bloeit de liefde op.

- 't Was een mooie dag.

- 'k Heb er niets meer van gehoord.

beter als of beter dan?

Gebruik als bij vergelijkingen met zo ... als, even ... als en hetzelfde als.

Hij is even groot als zijn zus.

Jouw auto is net zo duur als die van mij.

Japan is tien keer zo groot als Nederland.

Gebruik dan na een vergrotende trap...

Hij is veel groter dan zijn zus.

Ik kan beter pianospelen dan jij.

 

... en na ander(e), anders en niets:

Dit is een andere manier dan u gewend bent.

Hij praatte niets dan onzin.


categorieën of categoriën?

 

Het is categorieën.

De klemtoon van categorie ligt op de laatste lettergreep. Daarom krijgt het meervoud -en. Het trema is nodig voor de juiste uitspraak.

 

Valt de klemtoon van het woord niet op de laatste lettergreep? Dan krijgt het meervoud alleen een -n. Het trema blijft nodig vanwege de uitspraak.

ceremonieën of ceremoniën?

 

Omdat je ceremonie op twee manieren kan uitspreken, mag je de schrijfwijze kiezen. In ceremonieën ligt de klemtoon op de laatste lettergreep, in ceremoniën op de voorlaatste lettergreep. Het meervoud ceremonies mag je ook gebruiken.

cijfer, getal of nummer?

 

Een cijfer is een symbool voor een hoeveelheid. Er zijn tien Arabische cijfers: 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 en 9.

Een getal is de weergave van een hoeveelheid in cijfers, bijvoorbeeld: 1, 6, 10, 97, 108, 10.899. Een getal kan uit een of meer cijfers zijn samengesteld, maar kan ook andere tekens bevatten, bijvoorbeeld: 1/4; 0,8; 4,5; 3,1415. In bepaalde combinaties wordt ook cijfer gebruikt in de betekenis van 'getal', bijvoorbeeld: rode cijfers, schoolcijfers, lage cijfers, armoedecijfers.

Een nummer is een getal in een reeks, als volgnummer. Het kan bijvoorbeeld om een huisnummer, een klantnummer of een paragraafnummer gaan. Nummers kunnen ook andere symbolen dan cijfers bevatten, bijvoorbeeld een huisnummer zoals 7b of een dossiernummer zoals 26879-G-2014/057.

de zelfde of dezelfde?

Dezelfde, hetzelfde, eenzelfde schrijf je altijd aan elkaar.

Ik heb dezelfde jurk als jij!

Mijn baas heeft eenzelfde soort auto als ik.

Een wijziging kunt u doorgeven met hetzelfde formulier.

Alleen deze zelfde en zo'n zelfde schrijf je los.

Zo'n zelfde tas wil ik ook wel hebben.

Met deze zelfde bus reisde ik gisteren ook al.


dichtbij of dicht bij?

Dichtbij schrijf je aan elkaar als het op zichzelf staat.

Die grote hond kwam wel heel dichtbij.

Ik ben mijn bril voor dichtbij kwijt.

Schrijf dicht bij los als het hoort bij het woord dat er meteen na komt.

Hou je bankkaart maar dicht bij je.

Dichter bij de paus was ze nooit geweest.


die of dat?

 

Die en dat zijn betrekkelijke voornaamwoorden. Die verwijst naar de-woorden en meervoudsvormen, dat verwijst naar het-woorden:

 

- De jongen die daar fietst, is mijn broer.

- Het WK-voetbal dat in Brazilië plaatsvindt, duurt vier weken.

- De kinderen die daar spelen, hebben een dagje vrijaf.

Download
Betrekkelijk voornaamwoord | Oefening
Betrekkelijk voornaamwoord oefening.docx
Microsoft Word document 13.3 KB
Download
Betrekkelijk voornaamwoord | Oplossing
Betrekkelijk voornaamwoord oplossing.doc
Microsoft Word document 13.5 KB

door de bomen het bos niet meer zien

 

Wat is correct: door het bos de bomen niet meer zien of door de bomen het bos niet meer zien?

 

Beide uitdrukkingen zijn correct, al betekenen ze niet hetzelfde. Vandaar dus de verwarring. De algemeen gangbare en geldig erkende uitdrukking is door de bomen het bos niet meer zien en betekent 'door te veel op details (de bomen) te letten, het geheel (het bos) niet meer zien'.

een aantal ging / gingen?

 

Beide zijn juist. In een zin met als onderwerp een aantal gevolgd door een meervoudig zelfstandig naamwoord is bijna altijd zowel enkelvoud als meervoud mogelijk:

 

- Een aantal collega's ging op cursus.

- Een aantal collega's gingen op cursus.

er vanuitgaan of ervan uitgaan?

 

Schrijf ervan en uitgaan elk als één woord, tenzij er iets tussen er + van of uit + gaan staat. Het hele werkwoord is namelijk uitgaan van. En er schrijf je altijd vast aan het voorzetsel dat erop volgt.

Laten we er maar van uitgaan.

Ga er maar van uit dat ik het doe.

We gaan er dus van uit dat hij niet komt.

Ik ging ervan uit dat je dat wist.

gebeurt of gebeurd?

Gebeurt is stam + t.

Je gebruikt het met het, dat of wat in de tegenwoordige tijd.

Zie jij wat er gebeurt?

Dat gebeurt best vaak.

Gebeurd is een voltooid deelwoord.

Er staat dus altijd een persoonsvorm bij, bijvoorbeeld is of was.

Wat is er precies gebeurd?

Dat kan niet gebeurd zijn.


getallen in letters of cijfers?

 

Hier bestaan geen vaste regels voor. Over het algemeen wordt aangeraden volgende getallen in een lopende tekst als woord te schrijven:

 

- Getallen tot twintig: zeven, twaalf, veertiende

- De tientallen: twintig, zestig, tachtigste

- Andere ronde getallen: driehonderd, vijftienduizend, miljoen, twee miljard

hun of hen?

Hun geeft de bezitters van iets aan.

Dat is hun hond.

 

Hun is meewerkend voorwerp zonder voorzetsel.

Heb je hun al verteld over je zwangerschap?

Ik heb hun mijn auto geleend.

Hen gebruik je na een voorzetsel.

Die hond is van hen.

Ik heb mijn auto aan hen geleend.

Zonder hen had ik dat nooit gedurfd.

 

Hen gebruik je als lijdend voorwerp.

Ik heb hen gisteren nog gezien.

Hij heeft hen nog nooit ontmoet.


Gebruik hun nooit als onderwerp!

Ook dit filmpje brengt verduidelijking.

jou of jouw?

Jou is een persoonlijk voornaamwoord. Het staat los in de zin:

Wat heb ik jou lang niet gezien!

Ik heb jou dat al eerder verteld.

 

Na een voorzetsel schrijf je ook jou:

Deze gsm is van jou.

Ik geef mijn oude smartphone aan jou.

Ik denk dat ze liever bij jou blijft.

Jouw is een bezittelijk voornaamwoord: het geeft aan dat jij de bezitter bent van iets. Het hoort altijd bij een ander woord, dat er meteen achter staat.

Is dit jouw gsm?

Jouw jas hangt hier nog steeds.


Nog een tip: Twijfel je tussen jou of jouw, dan kan je de vormen het best vervangen door u en uw. Bij die vormen kan je bij een zorgvuldige uitspraak horen of er een w is of niet. Ben je ook bij u en uw nog niet helemaal zeker, gebruik dan hem en zijn.

• Ik heb jou gebeld. :: Ik heb u gebeld. :: Ik heb hem gebeld.

• Ik heb jouw zus gezien. :: Ik heb uw zus gezien. :: Ik heb zijn zus gezien.

kostenloos of kosteloos?

 

De juiste spelling is kosteloos.

Dit is een bekende instinker bij de ingewikkelde regels voor de tussen-n.

Die regels gelden voor samenstellingen: woorden die uit afzonderlijke woorden bestaan, zoals kosten+plaatje.

Maar: kosteloos is een afleiding. Het tweede deel -loos is geen zelfstandig naamwoord, maar een achtervoegsel. Afleidingen krijgen geen tussen-n.

meeste of meesten?

 

Woorden als meeste, andere, beide, sommige en vele krijgen nooit een meervoudsuitgang -n als ze betrekking hebben op zaken of dieren.

Niet alle bessen zijn eetbaar, sommige zijn zelfs erg giftig.

Enkele van mijn voorstellen vond ze de moeite waard.

De mannetjesleeuw viel de hyena aan en beide raakten gewond.

 

Zulke woorden krijgen alleen een -n als ze personen aanduiden én zelfstandig worden gebruikt. Dat is het geval als er geen zelfstandig naamwoord op volgt en het woord ook niet kan worden aangevuld met een zelfstandig naamwoord uit dezelfde of uit de voorafgaande zin.

Velen willen beroemd worden, maar weinigen slagen daarin.

Voor enkelen onder ons was de tocht te zwaar.

 

In zinnen waarin er geen sprake is van zelfstandig gebruik, komt er geen eind-n.

Sommige mensen leefden met ons mee, andere haalden hun schouders op.

ondanks dat

 

Bij het gebruik van ondanks mag dat niet worden weggelaten:

Ondanks dat je ziek was, heb je toch mooie rapportcijfers.

 

Dat mag wel worden weggelaten bij niettegenstaande of hoewel:

Niettegenstaande je ziek was, heb je toch mooie rapportcijfers.
Hoewel je ziek was, heb je toch mooie rapportcijfers.

Ruttes plan of Rutte's plan?

De bezits-s schrijf je altijd aan het woord vast.

Johans analyse, mijn vaders auto

 

Ook als het woord eindigt op een -e of .

Ruttes plan, Renés fiets

De apostrof-s schrijf je alleen als het bezittende woord eindigt op -a, -i, -o, -u of -y. De 's is dan nodig voor de juiste uitspraak.

oma's iPad, Betty's bril


te kort / tekort, te veel / teveel, te goed / tegoed

 

Moeten de woorden te()kort, te()veel en te()goed, aan elkaar of los geschreven worden?

 

Als bijvoeglijk naamwoord moeten deze woorden los worden geschreven. Ze hebben dan hun letterlijke betekenis: 'korter dan gewenst', 'meer dan gewenst', 'beter dan gewenst'. Te kort heeft daarnaast ook de betekenis 'te weinig'.

 

Als zelfstandig naamwoord moeten deze woorden aan elkaar geschreven worden. Zij hebben dan niet hun letterlijke, maar een toegespitste betekenis:

 

het tekort = 'het gebrek, het nadelig saldo'

 

het teveel = 'het overschot'

 

het tegoed = 'het positief saldo'

u hebt of u heeft?

 

Gebruik u hebt, want dat is eigentijds en consequent: je zegt ook niet u is.

U werd vroeger gezien als derde persoon, net als hij en zij. Tegenwoordig stellen we u gelijk met je en jij: tweede persoon.

U bent een begenadigd pianospeler. Hebt u lang les gehad?

valentijn of Valentijn?

 

Zo zit de vork in de steel: valentijn is de niet-officiële naam van de feestdag en krijgt daarom een kleine letter. Valentijnsdag is de officiële naam en wordt groot geschreven. Denk ook aan kerst en Kerstmis, zelfde principe.

veel gestelde of veelgestelde?

Samengestelde woorden schrijf je aan elkaar:

theepot, vijfsterrenhotel, carpoolstrook, managementteam.

Dat geldt ook voor samengestelde bijvoeglijke naamwoorden:

vergezocht, hoogopgeleid, snelgroeiend, dichtstbijzijnd, drukbezocht, zelfgemaakt, veelgesteld.


vertellen tegen / aan

 

In een zin als 'Ik heb tegen/aan mijn zus verteld dat we Kerstmis bij ons thuis vieren' is zowel tegen als aan mogelijk. Vertellen aan krijgt echter vaak de voorkeur.

Een andere mogelijkheid is het helemaal weglaten van een voorzetsel: 'Ik heb mijn zus verteld dat we Kerstmis bij ons thuis vieren.'

vind of vindt?

Vind gebruik je ...

... als het onderwerp ik is:

Ik vind het maar niks.

 

... als je het onderwerp is van een vraagzin:

Vind je dit schilderij mooi?

 

... in de gebiedende wijs:

Vind de schat!

Vindt is stam + t.

Je gebruikt het met u, jij of hij in de tegenwoordige tijd.

Jij vindt dit vreselijk, ik weet het.

Vindt je vader zijn horloge ooit terug?

Waar vindt u ons?

Ik ben het die dit vreemd vindt.


wil hij of wilt hij?

Regelmatig

De meeste werkwoorden zijn regelmatig.

ik werk

jij werkt

hij werkt

wij werken

jullie werken

zij werken

Onregelmatig

Het werkwoord willen is een onregelmatig werkwoord.

ik wil

jij wilt / jij wil

hij wil_ (let op: hier mag geen t)

wij willen

jullie willen

zij willen


zegden of zeiden?

 

Beide zijn correct als verleden tijd van het werkwoord zeggen, maar zeiden geniet de voorkeur. Vanwaar dan de verwarring? Door het regionale verschil. Zeiden is standaardtaal in het hele taalgebied, zegden enkel in België als formele - en minder gebruikte - variant.

zo veel of zoveel?

 

Meestal wordt zoveel geschreven, maar soms mag zo veel met een spatie ook. Een handig ezelsbruggetje als je wil weten of je zo veel mag schrijven, is: kun je in plaats van zo veel ook veel of zo weinig invullen?

 

Het zou zoveel leuker zijn als jij er ook bij kon zijn.

► Hier kun je van maken: Het zou veel leuker zijn als jij er ook bij kon zijn. Je kunt veel invullen, dus mag je zo veel los schrijven.

 

Er is nog zoveel meer in het leven dan geld en goed.

► Hier kun je van maken: Er is nog veel meer in het leven dan geld en goed. Je kunt veel invullen, dus mag je zo veel los schrijven.

 

Als je zwanger bent, hoef je niet twee keer zoveel te gaan eten.

► Hier kun je van maken: Als je zwanger bent, hoef je niet twee keer zo weinig te gaan eten. Je kunt zo weinig invullen, dus mag je zo veel los schrijven.

 

Er hebben nog nooit zoveel vrouwen bij het leger gewerkt als nu.

► Hier kun je van maken: Er hebben nog nooit zo weinig vrouwen bij het leger gewerkt als nu. Je kunt zo weinig invullen, dus mag je zo veel los schrijven.

 

Hij is me nog twaalf euro zoveel schuldig.

Zoveel staat hier voor een onbekend bedrag en niet voor heel veel. Je kunt niet veel of zo weinig invullen in plaats van zoveel. Zoveel mag je in dit geval dus niet als twee woorden schrijven.

 

Hij werd geboren in het jaar negentienhonderd en zoveel.

► Zoveel staat hier voor een onbekend jaartal en niet voor heel veel. Je kunt niet veel of zo weinig invullen in plaats van zoveel. Zoveel mag je in dit geval dus niet als twee woorden schrijven.

 

Lukt het, zoveel te beter, lukt het niet ... ook goed!

Zoveel staat hier voor des te en niet voor heel veel. Je kunt niet veel of zo weinig invullen in plaats van zoveel. Zoveel mag je in dit geval dus niet als twee woorden schrijven.

Zowel Sander als Lisa woont / wonen

 

Is in de volgende zin enkelvoud of meervoud correct: 'Zowel Sander als Lisa woont / wonen in De Bilt'?

 

In zinnen waarin het onderwerp bestaat uit twee enkelvoudige dingen of mensen die aan elkaar worden gekoppeld met zowel ... als ..., wordt bij voorkeur een enkelvoudige persoonsvorm gebruikt: 'Zowel Sander als Lisa woont in De Bilt.' De constructie komt ook met een meervoudige persoonsvorm voor ('Zowel Sander als Lisa wonen in De Bilt.') - zeker in gesproken taal - maar in geschreven taal heeft het enkelvoud de voorkeur.

Meer voorbeelden:

• Zowel de prins als de prinses hield een toespraak.

• Zowel het boek als de film was een groot succes.

• Zowel De Standaard als Het Belang van Limburg bracht het nieuws op de voorpagina.