Leerlingen vierde leerjaar in Vlaanderen sterk in wiskunde, gemiddeld in wetenschappen

Vlaamse leerlingen uit het vierde leerjaar scoren zeer sterk op wiskunde, maar middelmatig op wetenschappen. Bijna alle leerlingen slagen erin zowel voor wetenschappen als voor wiskunde het basisniveau te behalen. Dat blijkt uit de nieuwe resultaten van het vierjaarlijkse TIMSS-onderzoek. Thuistaal en socio-economische situatie vertonen een significante samenhang met de onderwijsprestaties,. En jongens doen het voor wiskunde beter dan meisjes.

 Het Trends in International Mathematics and Science Study (TIMSS)-onderzoek, gecoördineerd door International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA), bekijkt om de 4 jaar de prestaties van leerlingen in wiskunde en wetenschappen in onderwijssystemen wereldwijd. Internationaal worden toetsen ontworpen voor leerlingen die respectievelijk 4 of 8 jaar formele scholing gehad hebben. De meest recente toetsen werden afgenomen in 2015. Vlaanderen nam deel met een representatieve steekproef van leerlingen uit het vierde leerjaar lager onderwijs. In totaal legden ruim 5.400 Vlaamse leerlingen uit 153 scholen de TIMSS-toetsen af.

 Uit de Vlaamse resultaten blijkt dat de leerlingen in het vierde leerjaar de sterke score voor wiskunde die we kennen uit de vorige edities (2003 en 2011) behouden. Internationaal bevindt Vlaanderen zich net onder de Aziatische toplanden; binnen Europa doen enkel Noord-Ierland en Rusland het beter. Traditioneel sterke onderwijslanden zoals Finland, Nederland, Duitsland en Polen scoren statistisch significant minder goed dan Vlaanderen.

 Voor wetenschappen halen de leerlingen een middelmatige score. Vlaanderen zit hier in een tweede peloton met landen als Nederland, Spanje, Italië en Portugal. Frankrijk scoort minder goed dan Vlaanderen. Ten opzichte van 2011 is dit Vlaamse resultaat voor wetenschappen stabiel. De daling die we zagen tussen 2003 en 2011 zet zich niet door.

 Onderwijsprestaties en leerplezier

 Bijna alle leerlingen slagen erin zowel voor wetenschappen als voor wiskunde het basisniveau te behalen. Het aandeel toppresteerders is dan weer relatief klein in vergelijking met sommige andere landen.

 Een mogelijke verklaring zit hem in het feit dat leraren aangeven zich onvoldoende gewapend te voelen om leerlingen uit te dagen, zeker wanneer het wetenschappen betreft. Schoolleiders wijzen dan weer op een tekort aan leermateriaal en aangepaste infrastructuur voor wetenschappen.

 Jongens blijven in vele landen voor wiskunde gemiddeld sterker presteren dan meisjes. Dit is ook in Vlaanderen in het geval. Voor wetenschappen vinden we geen significant verschil tussen jongens en meisjes.

 Zowel de thuistaal als de socio-economische thuissituatie van leerlingen vertonen een significante samenhang met de prestaties in wiskunde en wetenschappen. Wie thuis geen of minder vaak Nederlands spreekt of uit een kwetsbare thuissituatie komt, doet het minder goed op school.

 Het door Vlaamse leerlingen gerapporteerde leerplezier staat wat in contrast met hun prestaties. Ze geven immers aan niet zo graag wiskunde te leren terwijl ze voor wereldoriëntatie wel meer enthousiasme opbrengen. Binnen de domeinen zien we dan weer dat de Vlaamse leerlingen bij wetenschappen sterker zijn in toepassen en redeneren, terwijl bij wiskunde de sterkte meer bij kennis ligt.

Het volledige artikel kan je lezen op de website van Hilde Crevits.

Reactie schrijven

Commentaren: 0