Meertaligheid als realiteit op school

Meertaligheid op school blijkt een complexe realiteit die heel wat klassieke vooroordelen op de helling zet. Zo spreken meertalige leerlingen thuis vaker Nederlands en maken ze vaker gebruik van Nederlandstalige media dan vermoed wordt. Daarnaast blijkt het taalgebruik met de vader een betere voorspeller van de schoolprestaties dan het taalgebruik met de moeder. Motivatie, een positief zelfbeeld en welbevinden zijn dan wel weer eenduidige indicatoren voor betere schoolprestaties. Dit zijn enkele conclusies van het MARS-onderzoek. Dit onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek bestudeerde verbanden tussen meertaligheid en onderwijsprestaties, alsook de perceptie hieromtrent.

 

Het MARS-onderzoek liep van 1 juli 2013 tot en met 30 juni 2015 en werd onder leiding van Prof. Dr. Piet Van Avermaet uitgevoerd door de Universiteit Gent in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel. De onderzoekers toetsten daarvoor 7 onderzoeksvragen zowel kwantitatief als kwalitatief. Zo peilden zij onder meer de prestaties van vierdejaars uit 212 basisscholen uit Brussel, Gent en de Limburgse mijngemeenten. Daarnaast werden de ervaringen en overtuigingen van leerlingen, leerkrachten en schoolleiders uit basis- en secundair onderwijs rond de meertalige realiteit in kaart gebracht.

 

Meertalige leerlingen spreken vaker Nederlands dan vermoed wordt

 

Het onderzoek maakt duidelijk dat het hier gaat om een complexe realiteit die door de verschillende betrokkenen – leerlingen, leerkrachten, schoolleiders – anders gepercipieerd wordt. Zo blijkt uit het onderzoek dat meertalige leerlingen verschillende talige registers door elkaar gebruiken afhankelijk van de context of de gesprekpartners. Hierdoor valt het onderscheid tussen thuistaal en schooltaal in de realiteit niet strikt te maken. Zo spreken meertalige leerlingen met ouders, broers en zussen vaker Nederlands dan vermoed wordt. Ze maken ook regelmatig gebruik van Nederlandstalige media en kiezen ervoor om te rekenen, te lezen of te schrijven in het Nederlands. Aan de andere kant spreken ze ook op school vaak andere talen dan het Nederlands. Eerder dan van een tweedeling spreekt men dus beter van een continuüm waarop iedere meertalige een andere plaats inneemt al naargelang de context.

 

De motivatie van meertalige leerlingen blijkt, net zoals bij eentalige leerlingen, een erg belangrijke rol te spelen in het verhogen van hun schoolprestaties. Als de thuista(a)len van leerlingen positief benaderd worden, draagt dat bij tot hun motivatie via het welbevinden en het positieve zelfbeeld dat hierdoor gestimuleerd wordt, aldus de onderzoekers. Andere factoren waarvan we zouden vermoeden dat ze samenhangen met schoolprestaties, spelen dan weer een beperkte rol. Zo hangt meer televisie kijken in het Nederlands niet noodzakelijk samen met betere onderwijsprestaties. Ook de determinerende rol van de taal die gesproken wordt met de ‘moeder’ wordt in vraag gesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat eerder het taalgebruik met ‘vader’ een indicator is van onderwijsprestaties. Andere goede indicatoren voor schoolprestaties van meertalige leerlingen zijn leesvaardigheid Nederlands, begrip in de andere taal/andere talen en- weliswaar in beperkte mate -taalgebruik op de speelplaats. Vooral de leerlingen die altijd een andere taal op de speelplaats spreken, presteren zwakker dan zij die altijd Nederlands spreken.

 

Aanbevelingen

 

Op basis van de talrijke bevindingen pleiten de onderzoekers onder meer voor een meer verfijnde en genuanceerde meting van de meertalige realiteit op school en in de klas. Op die manier worden scholen gestimuleerd om een efficiënt talenbeleid uit te bouwen en leraren te professionaliseren in omgaan met meertaligheid.

 

De onderzoekers pleiten er ook voor om de polemiek tussen de verdedigers van taalbaden Nederlands en de voorstanders van meertalig onderwijs te doorbreken door het “functioneel veeltalig leren” voorop te stellen, waarbij de verschillende talige repertoires van de leerlingen positief benut worden in functie van de ontwikkeling van hun academische taalvaardigheid Nederlands. Een plaats en erkenning geven aan de meertalige achtergrond is daarbij al een eerste stap in de goede richting.

 

Verder benadrukt het onderzoek de nood aan een kader dat leerkrachten op alle onderwijsniveaus ondersteunt met een professionele ontwikkeling en concrete didactische instrumenten die ze kunnen inzetten om positief om te gaan met de meertaligheid van de leerlingen. Een goed voorbeeld van dergelijk instrument is een taalpaspoort. Dat zorgt voor een betere en meer genuanceerde kijk op de (meer)talige realiteit van de leerling en de klas.

 

 Kader voor actief talenbeleid

 

In opvolging van dit onderzoek zal Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits de Vlaamse Onderwijsraad de opdracht geven om een breed kader te ontwerpen voor een actief talenbeleid op scholen waarbinnen de taalcompetenties van leerlingen en diverse vormen van meertaligheid een plaats krijgen. In dat kader kan het taalpaspoort meegenomen worden als voorbeeld van good practice. Het taalpaspoort is een tool waarmee leerlingen visueel kunnen aangeven welke talen ze met wie spreken in welke context. Op die manier krijgen leraren een gedetailleerd en genuanceerd beeld van het taalgebruik van hun leerlingen. Ook wordt in de vernieuwde lerarenopleiding diversiteit expliciet meegenomen als focus voor alle onderwijsniveaus en in het bijzonder voor het kleuter- en lager onderwijs in de vorm van een ruime aandacht voor de didactiek van Nederlands als vreemde taal. De onderzoekers worden alvast uitgenodigd om het MARS-rapport uitgebreid voor te stellen in de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement. Daarnaast gaf ze het Departement Onderwijs en Vorming de opdracht om samen met de onderzoekers in oktober 2016 een studiedag te organiseren voor leerkrachten, directies, pedagogisch begeleiders en lerarenopleiders en zo een forum te creëren voor omgaan met meertaligheid, steeds binnen het wettelijke taalkader. Ook voor de pedagogische begeleidingsdiensten ziet de minister een belangrijke opdracht weggelegd.

 

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits: “Het is belangrijk dat leerlingen goed Nederlands leren en spreken. Dat vergroot hun ontwikkelings- en onderwijskansen voor de rest van hun leven. Er is wel de vaststelling dat onze speelplaatsen steeds diverser worden en een groeiende meertaligheid is daar een logisch gevolg van. Dit onderzoek moedigt ons aan om die realiteit te benaderen als een kans en niet als een beperking. Daarvoor is er een omslag in het denken over meertaligheid nodig die vandaag nog niet in alle scholen even sterk aanwezig is. Door meertaligheid positief te benaderen en functioneel in te zetten om het academisch taalniveau op te krikken, kunnen we de motivatie bij leerlingen verhogen en dus ook hun onderwijsprestaties. Elk talent maximale kansen geven om te ontwikkelen, blijft onze inzet.”

Reactie schrijven

Commentaren: 0